Review Dacia Spring: de rallyauto van de Renault Group
Er zijn auto’s waarbij de titel van een rijtest zich al tijdens de eerste kilometers aandient. En er zijn auto’s waarbij je blijft twijfelen. Bij de Dacia Spring had ik dat laatste. Wordt het “Review Dacia Spring: de rallyauto van Renault”, omdat deze kleine EV door zijn directe besturing, harde vering en ongefilterde vermogensafgifte verrassend speels aanvoelt? Of toch “Review Dacia Spring: de dagelijkse bevestiging”, omdat je er elke dag aan herinnerd wordt dat Dacia op bijna alles heeft bespaard? De waarheid is dat beide titels passen.
Dat maakt de Spring meteen ook interessant. Dacia is groot geworden met eenvoudige auto’s die vooral veel waar voor hun geld bieden. De Roemeense budgetdochter van Renault bracht dat recept ook naar elektrisch rijden. Het was met recht een succesnummer in vele Europese landen. De Spring is geen EV die indruk wil maken met luxe, prestaties of technologie, maar een auto die een zo laag mogelijke prijs combineert met net genoeg bruikbaarheid voor alledaagse ritten. In de praktijk levert dat een van de goedkoopste elektrische auto’s van Nederland en de rest van Europa op, maar ook een auto waarbij je de compromissen overal ziet, voelt en merkt.
Wij reden de Dacia Spring 100 Extreme met 100 pk de krachtigere versie, als alternatief van de Spring met 70 pk. En juist die uitvoering laat goed zien waarom dit zo’n eigenaardige, maar stiekem ook best leuke elektrische auto is.
1 fase
308 liter
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
|
|
|
De Dacia Spring is vooral goedkoop, en dat merk je meteen
De grootste kracht van de Spring is ook direct de belangrijkste reden om hem te overwegen: hij is goedkoop. In een EV-markt waarin prijzen van compacte elektrische auto’s nog altijd stevig zijn, blijft de Spring een van de weinige modellen die echt als budgetoptie door het leven kan. Dat zie je niet alleen terug op de prijslijst (hij is er vanaf € 18.000,-), maar ook in de opzet van de auto. Dacia heeft duidelijk gekeken waar het kon schrappen zonder dat de Spring onbruikbaar wordt.
Tegelijk moet je oppassen om hem weg te zetten als kaal vervoermiddel. De basisuitrusting is namelijk verrassend compleet. In deze Extreme-uitvoering (vanaf € 20.800,-) is het belangrijkste gewoon aanwezig en in het dagelijks gebruik mis je niet continu fundamentele zaken. Zo werkt draadloos Android Auto prettig en vlot, iets wat in een auto in dit segment absoluut niet vanzelfsprekend is. Ook de achteruitrijcamera is handiger dan verwacht. Kom je dicht bij een obstakel, dan schakelt het beeld over naar een zicht van bovenaf. Dat voelt aan als luxe. De resolutie mag nog steeds beter, net als bij het scherm in de Renault 4 en 5.
De laadpoort zit bovendien op een slimme plek, midden in de neus. Dat is bij laadpalen vaak simpelweg de prettigste positie. Je hoeft minder te hannesen met kabels dan bij een aansluiting die in een flank is weggewerkt. Tegelijk zit daar ook meteen een potentieel nadeel aan vast: bij een aanrijding aan de voorzijde kan die positie voor hogere reparatiekosten zorgen.
Rijgedrag: hier ontstaat die ‘rallyauto’-gedachte
De Spring is geen snelle auto op papier. Met 100 pk verwacht je geen vuurwerk. Toch voelt deze Dacia onderweg levendiger dan je op basis van de cijfers zou denken. Dat komt niet doordat hij objectief hard gaat, maar doordat hij zijn vermogen behoorlijk ongefilterd afgeeft. Geef gas vanuit stilstand en de reactie voelt direct, rauw en een tikje onbehouwen. Precies daardoor heeft de Spring iets grappigs. Hij geeft je een klein beetje het gevoel van een eenvoudige rallyauto.
Dat gevoel wordt versterkt door zijn lage gewicht, directe besturing en vrij stevige vering. De auto helt weinig over en voelt in stadsverkeer en op bochtige binnenwegen verrassend enthousiast. Niet verfijnd, niet extreem volwassen, maar wel leuk. De demping is aan de harde kant en filtert weinig weg, waardoor je best veel van het wegdek meekrijgt. Waar grotere en duurdere EV’s oneffenheden gladstrijken, laat de Spring ze gewoon binnen. Maar juist dat mechanische, ongepolijste karakter maakt hem ook vermakelijk.
Het is wel een auto die je vooral in zijn natuurlijke habitat moet laten. Op de snelweg worden de grenzen sneller zichtbaar. De topsnelheid is voor sommige misschien te laag en dat is in de praktijk niet eens het grootste probleem, want harder dan de nachtelijke snelwegsnelheden wil je in deze auto eigenlijk ook niet. Door zijn lage gewicht is hij gevoelig voor zijwind en voor de drukgolf van passerende of tegemoetkomende vrachtwagens. Dan merk je dat de Spring vooral is gemaakt voor stad, dorp, provinciale weg en korte forenzenritten, niet voor lange stukken Autobahn of dagelijks veel snelwegkilometers.
Actieradius en laden: alleen passend voor een specifieke doelgroep
Daarmee komen we bij een van de belangrijkste kanttekeningen van de Spring. Zijn actieradius en laadmogelijkheden maken hem niet voor iedereen geschikt. Wie dagelijks beperkte afstanden rijdt, thuis kan laden en vooral lokaal onderweg is, kan met de Spring prima uit de voeten. Maar voor mensen die regelmatig langere ritten maken of flexibiliteit zoeken, is hij simpelweg te beperkt.
Dat komt niet alleen door de actieradius, maar ook door het laden. De Spring laadt op wisselstroom slechts op 1-fase, wat de laadtijd beperkt in het verkeerde opzicht: het duurt simpelweg langer. In de praktijk is deze laadsnelheid 3,7 kW. Snelladen is bovendien optioneel, en dat voelt anno nu niet meer van deze tijd. Zeker bij een elektrische auto die al geen grote actieradius heeft, zou DC-snelladen eigenlijk geen optie meer moeten zijn maar gewoon standaarduitrusting. Juist dan kun je onderweg nog iets van flexibiliteit terugwinnen. De investering van € 600,- voor deze optie verdien je ook altijd weer terug bij de verkoop.
De Spring vraagt dus om een duidelijk profiel van zijn eigenaar. Dit is een auto voor wie bewust goedkoop elektrisch wil rijden en bereid is daar concessies voor te doen. Niet voor wie één auto zoekt die alles een beetje moet kunnen.
Interieur: alles wat je nodig hebt, maar niets te veel
Binnenin laat de Spring misschien wel het duidelijkst zien waar Dacia de rekenmachine heeft gelegd. Het interieur is eenvoudig, hard en functioneel. Materialen ogen en voelen budget maar met enkele groene en koperen kleuraccenten probeert Dacia het aangenamer te maken. Het budgetgevoel wordt bevestigd door enkele bedieningselementen. Toch is het niet zo dat de Spring daardoor meteen irritant wordt. Veel zaken zijn juist lekker rechttoe rechtaan opgelost.
Neem de opvallend grote kunststof knop waarmee je de hoogte van de koplampen kunt verstellen. In modernere auto’s verwacht je zoiets nauwelijks nog, laat staan in zo’n uitgesproken vorm. Hier zit hij er gewoon, groot en bijna ouderwets tastbaar. Het is een detail dat perfect past bij het karakter van de Spring: niet mooi, niet chic, wel praktisch en eerlijk.
Iets wat ook geldt voor de handrem. Geen elektrische met een drukknop of die automatisch zichzelf kan vergrendelen. Maar een ‘ouderwetse’ die ook weer past bij het rallykarakter. Na het parkeren moet je de sleutel met sleutelbaard nog ouderwets uit het slot halen en de handrem aantrekken. Je zou het bijna vergeten.
Ook de Perso Safety-knop is een vondst waar je in de praktijk blij van wordt. Druk hem drie keer in en allerlei piepjes en bemoeizuchtige assistentiesystemen zijn uitgeschakeld. In een tijd waarin veel nieuwe auto’s je na elke start opnieuw bestoken met waarschuwingen, is dat bijna een luxe feature op zich.
De ergonomie kent wel duidelijke beperkingen. Zo kun je de achterramen niet vanaf de voorstoelen bedienen. Dat lijkt een detail, maar in dagelijks gebruik is het precies zo’n bezuiniging die je steeds weer opmerkt. Ook de versnellingspook reageert traag. Je moet hem nadrukkelijk in D of R zetten waarna hij soms net iets te veel tijd neemt om dat commando ook daadwerkelijk uit te voeren. Het haalt wat souplesse uit manoeuvreren en parkeren.
Comfort en afwerking: hier voel je de prijs het hardst
Wie overstapt uit een moderne middenklasser of zelfs uit een wat luxere compacte auto, merkt direct dat de Spring op comfortgebied offers vraagt. Climate control ontbreekt, adaptieve cruise control is er niet en ook stoel- of stuurverwarming is helemaal niet leverbaar. Daarin merk je dan toch wel dat de basis van deze elektrische auto al wat jaartjes in het verleden ligt.
De afwerking laat bovendien zien hoe scherp Dacia op de kosten heeft gestuurd. De deuren voelen licht en het metaal oogt en klinkt dun. Gooi je de deur dicht, dan zie je het dak bewegen… Het is niet per se iets wat direct tot problemen leidt, maar het draagt wel bij aan het idee dat je in een auto zit waarbij op elk onderdeel is gekeken of het goedkoper kon. Hetzelfde geldt voor de achterklep, die aan de binnenzijde geen handgreep heeft. Wie hem sluit, grijpt dus automatisch de buitenkant vast. Geen ramp, eerder een typisch Spring-detail.
Toch is het niet alleen maar behelpen. De auto is overzichtelijk, compact en daardoor makkelijk in het dagelijks gebruik. Parkeren is eenvoudig, de hoge zit geeft voldoende overzicht en dankzij zijn bescheiden buitenmaten voelt de Spring in de stad meteen thuis. Bovendien is er via de aftermarket zelfs nog een frunk te plaatsen voor je laadkabel, iets wat zijn praktische inzetbaarheid net weer wat leuker maakt.
Een EV die je met de juiste verwachtingen moet benaderen
De Dacia Spring is geen auto die je moet beoordelen alsof hij concurreert met de nieuwste elektrische cross-overs of met volwassen EV’s uit een hoger segment. Dat doet hij niet, en dat probeert hij ook niet. Deze Dacia is gebouwd rond één hoofdvraag: hoe maak je elektrisch rijden zo betaalbaar mogelijk zonder dat de auto zijn basisfunctie verliest?
Het antwoord is compromisloos. Je krijgt een auto die goedkoop is, voldoende basisuitrusting biedt en in de stad of op korte ritten verrassend leuk kan zijn. Tegelijk krijg je ook een auto die je dagelijks herinnert aan de bezuinigingen. Dat zit in de materialen, in het comfort, in het ontbreken van luxe, in de laadmogelijkheden en in de beperkingen op de snelweg.
En toch is de Spring niet alleen rationeel interessant. Er zit ook iets ontwapenends in. Juist omdat hij zo licht, direct en ongefilterd is, heeft hij een karakter dat veel duurdere EV’s allang kwijt zijn. Hij is niet verfijnd, niet stil, niet chic en niet compleet. Maar soms wel verrassend leuk.
Conclusie rijtest Dacia Spring 100 extreme
De Dacia Spring 100 Extreme is een auto met twee gezichten. Aan de ene kant is het een compromis op wielen, een EV waarin je elke dag ziet waar Dacia kosten heeft bespaard. Aan de andere kant is het juist daardoor ook een opvallend eerlijke auto, die precies doet wat hij belooft: betaalbaar elektrisch rijden bereikbaar maken.
Zijn grootste pluspunt is zonder twijfel de prijs, gecombineerd met een basisuitrusting die beter is dan je misschien verwacht. Draadloos Android Auto, een bruikbare camera en een prettige laadpoortpositie maken hem praktischer dan zijn eenvoudige uitstraling doet vermoeden. Tegelijk zijn de beperkte actieradius, het trage 1-fase laden, het ontbreken van comfortfeatures en de goedkope afwerking zaken waar je bewust voor moet kiezen.
Maar wie dat doet, krijgt ook iets terug wat je in dit segment niet direct verwacht: rijplezier. Niet in de klassieke zin van snelheid of verfijning, maar in de vorm van een licht, direct en bijna kartachtig karakter. Daarom is die titel uiteindelijk toch de beste samenvatting. De Dacia Spring is geen alleskunner, maar wel een budget-EV met een verrassend klein rallyhart.

















2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford