De oorlog in het Midden-Oosten maakt pijnlijk zichtbaar hoeveel energie autorijden écht kost
De auto als energierekening
De prijs aan de pomp laat deze dagen iets zien wat we normaal gesproken klakkeloos accepteren, maar dat nu in een ander daglicht wordt gesteld. Een auto verbruikt niet alleen brandstof, maar daarmee vooral veel energie. Nu de oliemarkt onder druk staat door de onrust in het Midden-Oosten, wordt dat ineens concreet. Wat ver weg begon met een verstoorde olieaanvoer, zagen we hier al terug in hogere prijzen. Maar het IEA wijst ons ook op een dreigende energiecrisis.
Minder vraag leidt tot minder schaarste
Daarachter zit een vrij eenvoudige logica. Als het aanbod van olie kleiner wordt terwijl de vraag niet meteen daalt, ontstaat schaarste. En die schaarste, die zie je uiteindelijk weer terug in de prijs. Dat maakt ook een bredere vraag actueel. Hoeveel energie gebruikt autorijden eigenlijk, zeker vergeleken met een gemiddeld huishouden? En wat kun je daar zelf aan doen, niet alleen nu, maar ook op langere termijn? Het antwoord is vrij nuchter. Minder ritten maken helpt meteen. Rustiger rijden scheelt direct in verbruik, bij een brandstofauto én bij een EV. Elektrisch rijden is nu trouwens niet alleen een klimaatverhaal over de uitstoot van CO2 en fijnstoffen, maar ook een manier om minder olie nodig te hebben. Daarmee word je minder afhankelijk van andere landen, van de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en van schommelingen in de olieprijs.
“Zodra het olieaanbod hapert terwijl de vraag hoog blijft, wordt schaarste geen abstract economisch begrip meer, maar gewoon iets wat automobilisten terugzien bij de pomp.”
De oorlog raakt niet alleen olie maar de hele energieketen
De onrust draait niet alleen om ruwe olie. Ze raakt de hele keten eromheen. De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste doorgangen voor olie en olieproducten ter wereld. Als daar minder doorheen kan, reageren markten vrijwel direct. Dan gaat het niet alleen om benzine of diesel, maar ook om raffinage, transport, opslag en uiteindelijk om de bredere energierekening. Zo’n schok werkt vaak eerst door aan de pomp, maar blijft daar niet per se bij. Het heeft uiteindelijk ook gevolgen voor de gasvoorziening en -prijs, en ook voor de beschikbaarheid van elektriciteit.
Dat verklaart ook waarom de reactie zo heftig is. De markt kijkt niet alleen naar wat er vandaag uitvalt, maar vooral naar het risico dat de verstoring langer duurt. Zodra het aanbod onder druk komt te staan en de vraag nog nauwelijks beweegt, loopt de schaarste op. En juist die schaarste duwt de prijs omhoog. Dan wordt ook zichtbaar hoe afhankelijk wegverkeer nog altijd is van olie van buiten Europa.
De recente prijsstijging komt niet uit Den Haag
Bij een hoge pompprijs gaat de aandacht al snel naar belastingen en accijnzen. Dat is begrijpelijk, maar het verklaart de recente prijsstijging niet goed.
Accijns en btw zijn al langer vaste onderdelen van de brandstofprijs. De accijns op brandstof is een vast bedrag, en de BTW een percentage. Ze vormen dus een stevige basis onder de literprijs, maar ze zijn niet de reden dat de prijs in korte tijd ineens hard omhoogschoot. Die beweging komt vooral uit de markt. Minder aanbod, meer onzekerheid en hogere olieprijzen werken snel door in de prijs die automobilisten aan de pomp zien.
Dat onderscheid is belangrijk. Want wie alleen de overheid de schuld geeft van de recente stijging, mist wat er nu echt speelt. De directe aanleiding ligt in de verstoring van de olieaanvoer en de onrust daaromheen. Zodra olie schaarser wordt en de vraag nog niet mee omlaag gaat, loopt de prijs op. Tegelijk laat het ook iets structureels zien. Zolang vervoer in hoge mate op olie draait, blijven automobilisten gevoelig voor onrust elders in de wereld.
Je auto als een huishoudelijke energiegebruiker
De makkelijkste manier om dat zichtbaar te maken, is door autorijden te bekijken als een energierekening.
Neem een gemiddelde benzineauto die 6,5 liter per 100 kilometer verbruikt. En zet daar een elektrische auto naast met een verbruik van 17 kWh per 100 kilometer. Bij een jaarkilometrage van grofweg 12.300 kilometer ontstaat dan een duidelijk beeld. Een benzineauto komt in direct energieverbruik uit op ongeveer 7.100 kWh per jaar. Een elektrische auto zit dan rond de 2.100 kWh per jaar.
Het verschil is ongeveer de helft van de energie die een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikt aan gas en elektriciteit. Een behoorlijk verschil dus.
Vergelijking | Energiegebruik per jaar | Indicatie kosten per 100 km | Gevoelig voor olieprijs |
Benzineauto | circa 7.100 kWh | circa €15,90 | hoog |
Elektrische auto | circa 2.100 kWh | circa €4,40 | laag |
Gemiddeld huishouden | circa 1.900 kWh stroom + 900 m3 gas, samen ongeveer 10.700 kWh | n.v.t. | deels |
Deze vergelijking gaat over direct eindverbruik, dus wat de auto of woning zelf gebruikt. Bij een huishouden loopt dat via stroom en meestal ook via gas. Daarom staat in de tabel niet alleen het verbruik in de oorspronkelijke eenheden, maar ook het omgerekende totaal in kWh. Dan wordt de verhouding duidelijker. Een EV zit qua directe energievraag in de buurt van alleen het stroomverbruik van een huishouden, terwijl een benzineauto daar ruim boven zit. Tel je ook winning, raffinage en omzettingsverliezen mee, dan wordt het verschil meestal nog groter.
Minder en rustiger rijden maakt direct verschil
De snelste én makkelijkste besparing zit nog altijd niet in techniek, maar in gedrag. Minder rijden scheelt het meest, simpelweg omdat elke niet-gereden kilometer geen brandstof vraagt. Een rit combineren, een omweg laten zitten of een korte afspraak anders plannen levert direct winst op. In een krappe oliemarkt werkt dat twee kanten op: je bent zelf minder kwijt aan de pomp en de vraag naar brandstof daalt.
Voet van het gas
Daarna komt de manier van rijden. Rustiger (langzamer) rijden helpt vooral op de snelweg, waar de luchtweerstand snel toeneemt. Wie 20 procent harder rijdt, krijgt ongeveer 44 procent meer luchtweerstand. Dat betekent niet dat het totale verbruik ook 44 procent stijgt, want een auto heeft met meer te maken dan alleen luchtweerstand. Rolweerstand, verkeer en aandrijflijn tellen ook mee. Maar de richting is helder. Op hogere snelheid gaat luchtweerstand een steeds grotere rol spelen, waardoor 10 kilometer per uur minder al snel grofweg 5 tot 10 procent brandstof of elektriciteit kan schelen.
Ook buiten de snelweg telt het rijgedrag mee. Hard optrekken vraagt bij een auto met verbrandingsmotor extra brandstof, omdat de motor in korte tijd meer vermogen moet leveren. Wie rustiger accelereert, verder vooruitkijkt en minder vaak hard remt om daarna weer op te trekken, rijdt meestal zuiniger. Dat klinkt klein, maar over weken en maanden loopt het verschil toch op.
Juist daarom zijn dit de meest nuchtere maatregelen. Je hoeft er geen andere auto voor te kopen en niets voor te installeren. Minder rijden helpt meteen. Rustiger en langzamer rijden ook. En samen verlagen ze niet alleen de kosten, maar ook de vraag naar brandstof die van elders moet komen.
Minder olie vragen werkt op twee manieren
Minder verbruiken helpt thuis, maar ook ver daarbuiten. Wegverkeer is goed voor een groot deel van de mondiale olievraag. Als automobilisten en vervoerders samen zuiniger rijden, of simpelweg minder kilometers maken, daalt die vraag meteen. In een krappe markt kan dat echt verschil maken. Niet omdat daarmee één crisis verdwijnt, maar wel omdat minder vraag de spanning tussen aanbod en verbruik kleiner maakt. En als die spanning afneemt, wordt ook de druk op de prijs minder groot.
Daar komt nog iets bij. Elektrische auto’s halen structureel een deel van de vraag uit de oliemarkt. Dat gebeurt niet met een grote klap, maar beetje bij beetje. Elke kilometer die elektrisch wordt gereden, is in principe geen benzine- of dieselkilometer. Dat maakt vervoer minder afhankelijk van ruwe olie, van raffinage en van internationale aanvoerketens. Het betekent ook dat de oliemarkt iets minder krap wordt naarmate meer kilometers verschuiven van brandstof naar stroom.
Waar PHEV’s wel en niet meetellen
Bij plug-in hybrides ligt dat anders. Daar hangt alles af van de manier waarop je hem gebruikt. Wie veel laadt en korte ritten echt elektrisch rijdt, bespaart brandstof. Wie vooral op brandstof rijdt en zelden laadt, doet dat veel minder. Dan blijft er vooral een zwaardere auto over, met een accu die weinig wordt benut, en dat merk je aan de pomp. Het is dus te simpel om alle PHEV’s automatisch als stevige brandstofbespaarders neer te zetten. Alleen de elektrische kilometers tellen echt mee, want alleen dan daalt de vraag naar benzine.
Elektrisch rijden verkleint de afhankelijkheid
De dreigende energiecrisis geeft elektrisch rijden ook een ander gezicht. Minder moreel, meer praktisch. Een EV is niet voor iedereen meteen de beste keuze. Zonder eigen laadplek, met soms dure publieke laadmomenten of een ongunstige aanschafprijs kan het rekensommetje tegenvallen. Maar de hoofdlijn blijft overeind. Een elektrische auto heeft per kilometer minder energie nodig en hangt veel minder direct aan olie. Daarmee ben je minder kwetsbaar voor prijsschokken op de oliemarkt.
Er komt nog iets bij. Wie minder fossiele brandstof gebruikt en meer elektriciteit, kan ook meer gebruikmaken van hernieuwbare energie die in eigen land wordt opgewekt. Dat maakt landen minder afhankelijk van olie en gas van buitenaf. En voor huishoudens geldt iets vergelijkbaars. Wie thuis laadt, zeker in combinatie met eigen zonnestroom, haalt een deel van zijn mobiliteit uit energie die niet direct meebeweegt met de internationale olieprijs.
Daarmee verdwijnt niet alle onzekerheid. Ook de stroommarkt kent schommelingen en niet iedereen kan thuis laden. Maar de richting is duidelijk. Elektrificatie verschuift een deel van de energievraag van ingevoerde fossiele brandstoffen naar stroom, en die stroom kan steeds vaker uit eigen zon en wind komen. Juist daarin zit het grotere verschil. Je gebruikt niet alleen minder energie, je maakt je ook minder afhankelijk van derden. En doordat een deel van de vraag verschuift van olie naar elektriciteit, wordt de druk op een schaarse oliemarkt kleiner.
“Elektrische auto’s vervingen wereldwijd in 2024 al meer dan 1,3 miljoen vaten olie per dag. Ze laten daarmee zien dat minder olieverbruik niet alleen een klimaatkwestie is, maar ook een kwestie van energiezekerheid. ”
Wat een Europese fleetstudie hier nog aan toevoegt
Dat zie je niet alleen bij particuliere rijders, maar ook op grotere schaal. Dat blijkt uit een recent gepubliceerde Europese studie van Eurelectric, de federatie van Europese elektriciteitsleveranciers, naar elektrische wagenparken. Die studie laat zien dat elektrificatie niet alleen de uitstoot verlaagt. Elektrificatie dringt ook de vraag naar diesel terug en verlaagt de gebruikskosten. Vooral voor bestelwagens en veelrijders wordt dat voordeel al concreet zichtbaar.
Belangrijker nog in dit verhaal: die verschuiving betekent dat een deel van de mobiliteit minder afhankelijk wordt van olie en meer draait op elektriciteit. En die elektriciteit kan in Europa steeds vaker uit eigen opwek komen, bijvoorbeeld uit zon en wind. Daarmee verschuift de energievraag van ingevoerde fossiele brandstoffen naar energie die dichter bij huis kan worden geproduceerd.
Voor consumenten is dat geen reden om blind een elektrische auto of kookplaat te kopen, al kan dat natuurlijk een aanrader zijn, maar wel een nuttig signaal. Minder olie nodig hebben is simpelweg een manier om minder afhankelijk te worden van andere landen, van de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en van schommelingen in de olieprijs. Ook een recente studie van de organisatie Transport & Environment bevestigt dat.
“Benzinerijders worden elke keer dat we met een oliecrisis worden geconfronteerd, hard geraakt aan de pomp.” Lucien Mathieu – Transport & Environment
Ergens is het heel simpel
De ongemakkelijke en dure les van deze weken is dan ook vrij simpel. Autorijden kost meer energie dan veel mensen denken. De brandstofprijzen waren al niet bepaald laag, maar de onrust op de oliemarkt maakt het door de gestegen brandstofprijzen nu wel heel erg zichtbaar. Dan kan het geen kwaad om deze nuchtere maatregelen, die tegelijk de meest logische zijn, in gedachten te houden:
- minder rijden als het kan
- rustiger rijden als het helpt
- elektrischer rijden waar het praktisch en financieel uitkomt
Dat helpt niet alleen omdat dat vaak zuiniger en daardoor goedkoper is, maar ook omdat het ons minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen, buitenlandse aanbieders en schommelende olieprijzen. Uiteindelijk draait het steeds om dezelfde lijn: als het aanbod kwetsbaar is, maakt minder vraag ons weer wat minder gevoelig voor schaarste en prijsstijgingen.

2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford