Cookie verklaring

Deze website gebruikt cookies.

Om uw bezoek aan onze website nóg makkelijk en persoonlijker te maken zetten we cookies (en vergelijkbare technieken) in. Met deze cookies kunnen wij (en derde partijen) uw gedrag op onze website volgen en analyseren. U kunt de cookies accepteren door op: 'OK' te klikken.

Vijf elektrische hot hatches met 280 pk: dezelfde basis, vijf verschillende karakters

Vijf elektrische hot hatches met 280 pk: dezelfde basis, vijf verschillende karakters

Auteur Bas van der Weerd

Overeenkomstige prestaties versus onderscheidende aspiraties

Vroeger gingen de verschillen tussen een Peugeot GTi, Opel GSE, Lancia HF, Abarth of Alfa Veloce verder dan alleen het uiterlijk, uitrusting en imago. Als je de technische gegevens erbij pakte werd duidelijk dat ook vermogen, koppel en andere zaken sterk verschilden. Iedere ’hot hatch’ had zijn sterke en minder sterke punten. 

Nu deze merken allemaal onder de paraplu van Stellantis vallen, is standaardisering troef. Stellantis gebruikt voor de vijf sportieve, rappe elektrische hatchbacks die we hier vergelijken een vergelijkbare technische basis (e-CMP, tegenwoordig STLA-Small), maar hangt er vijf verschillende merkverhalen aan.

De vraag is dus niet welke de meeste pk’s heeft, maar waar nog wel een verschil is als de aandrijflijn zo veel overeenkomsten vertoont. Dat maakt deze vergelijking van vijf elektrische hot hatches weer op een andere manier interessant.

Vijf merken, één herkenbare formule

De Peugeot e-208 GTi, Opel Corsa GSE, Lancia Ypsilon HF, Abarth 600e Competizione en Alfa Romeo Junior Veloce delen hun technische basis. Ze leveren allemaal een vermogen van 207 kW, ofwel 280-281 pk. Het koppel bedraagt telkens 345 Nm. De accu meet 54 kWh bruto, waarvan ongeveer 51 kWh bruikbaar.

De aandrijving gaat naar de voorwielen, en daarmee komen we op de sportieve hardware. Ook daar zien we nogal wat overeenkomsten. Denk aan een mechanisch sperdifferentieel, een aangepast onderstel, een grotere spoorbreedte of sportievere demping, grotere remmen en bij meerdere modellen Alcon-remmen.

Daarmee gaat het vergelijken van dit vijftal niet als een simpele ranglijst, maar eerder als een vergelijking van keuzes: wat laat elk merk met dezelfde ingrediënten wel en niet liggen?

Eerst maar even de cijfers op een rijtje. Daarbij laten we het overeenkomstige motorvermogen, koppel en accucapaciteit voor de duidelijkheid achterwege.

Model

Prijs NL

WLTP

0-100 km/h

Topsnelheid

Bijzonderheden

Peugeot e-208 GTi

€ 41.990

353 km

5,5 s

180 km/h

GTi-label, Peugeot Sport, sper, 355 mm remmen

Opel Corsa GSE

n.n.b.

n.n.b.

5,5 s

180 km/h

Torsen, Alcon, PS4S, Nürburgring-finetuning

Lancia Ypsilon HF

€ 40.950

370 km

5,6 s

180 km/h

HF, Torsen, Alcon, 30 mm breder spoor

Abarth 600e Competizione

€ 40.999

334 km

5,85 s

200 km/h

Sabelt, sound generator, Torsen, Alcon

Alfa Romeo Junior Veloce

€ 45.950

322 km

6,0 s

200 km/h

Test EVupdate: rijdt direct en communicatief

Een paar gegevens ontbreken nog, of lopen per bron uiteen. Van de vrij recent geïntroduceerde Opel Corsa GSE zijn de Nederlandse prijs en WLTP-actieradius nog niet bekend. Bij de Alfa Romeo Junior Veloce verschilt de opgegeven actieradius per bron of uitvoering, wij veiligheidshalve hebben de laagste (uit de 2026-prijslijst) vermeld. Ook kunnen de gegevens in de configurator en prijslijst per model licht van elkaar afwijken.

Waarom het vermogen hier weinig zegt

Normaal is vermogen een prettig houvast. Bij deze vijf auto’s nauwelijks: als vermogen noemt men overal 207 kW, oftewel 280/281 pk. Die ene pk verschil tussen Peugeot en Abarth of Alfa zal een afrondingsverschil zijn en vertelt niets over hoe zo’n auto rijdt.

Hetzelfde geldt voor het koppel. Vijf keer 345 Nm, dat levert niet vijf keer hetzelfde karakter op. Bij dit soort compacte elektrische sportmodellen telt vooral hoe de auto met dat forse vermogen - nota bene op de voorwielen - omgaat. Tractie, stuurafstemming, onderstel, banden, remmen, koeling en software bepalen hoeveel van die 280 pk bruikbaar en geloofwaardig aanvoelt.

De carrosserievorm doet ook mee. Peugeot, Opel en Lancia blijven het dichtst bij de klassieke hot hatch. De carrosserie van de Ypsilon is zelfs overduidelijk van die van de Corsa afgeleid. De Abarth 600e en Alfa Romeo Junior wijken wel een beetje af. Deze staan hoger op hun wielen en zijn meer een cross-over. Dat zal een verschil qua balans kunnen geven, maar qua performance horen alle vijf overduidelijk bij elkaar.

Peugeot e-208 GTi: de erfgenaam

De Peugeot e-208 GTi draagt misschien wel het meest legendarische label van het vijftal. Met de GTi-badge roept Peugeot een verleden op van compacte, lichte en mechanisch eenvoudige sportmodellen. Dat maakt de auto interessant, maar wordt de lat meteen ook hoog gelegd.

Peugeot heeft de e-208 GTi wel meer meegegeven dan een paar rode accenten. De auto krijgt naast de 207 kW / 281 pk en 345 Nm ook een mechanisch sperdifferentieel, een verlaagd onderstel, een grotere spoorbreedte, 18-inch wielen en 355 mm remmen met vaste vierzuigerklauwen. De sprint naar 100 km/h duurt 5,5 seconden, de topsnelheid bedraagt 180 km/h en de WLTP-actieradius komt uit op 353 kilometer.

Of dit inderdaad de elektrische opvolger van de 205 GTI is, moet de praktijk uitwijzen. Peugeot Sport moet met de afstemming bewijzen dat GTi elektrisch nog betekenis heeft, ook zonder een laag gewicht, ietwat hakerige handbak en soms kwetsbare benzinemotor.

Opel Corsa GSE: de nuchtere purist

De Opel Corsa GSE heeft minder mythe om mee te slepen. Tenzij we het vroegere GSi-label van Opel erbij halen, en dat is eigenlijk wel de insteek vanuit Rüsselsheim. Opel legt de lat dus ook aardig hoog en dat zien we terug in de specificaties, ook al kiest Opel misschien wel het meest rechtlijnige recept.

De Corsa GSE heeft 207 kW, 281 pk, 345 Nm, een Torsen-sperdifferentieel, Alcon-remmen, hydraulische schokdempers, aangepaste assen en stabilisatoren, sportbanden en GSE-specifieke besturing en pedaalrespons. De sprint naar 100 km/h duurt 5,5 seconden en de topsnelheid ligt op 180 km/h. Daarmee kun je hem zo naast de 208 GTi zetten. Volgens Opel is het overigens de snelst accelererende productie-Opel van dit moment.

Alleen ontbreken op dit moment nog de gegevens die hem in deze vergelijking kunnen maken of breken: de Nederlandse prijs en de WLTP-actieradius. Wordt de Corsa GSE scherp geprijsd en valt het bereik niet tegen, dan kan hij voor veel lezers de meest logische elektrische hot hatch worden. Maar zover is het nog niet. Eerst moeten de prijslijst, actieradius en een rijtest er zijn.

Lancia Ypsilon HF: de elegante verrassing

De Lancia Ypsilon HF is misschien de minst voor de hand liggende auto in dit rijtje. De nieuwe Ypsilon is in de basis eerder een stijlvolle stadsauto dan een sportief uithangbord. Juist daarom valt deze HF op.

De cijfers zijn uiteraard niet verrassend: 280 pk, 345 Nm, 0-100 km/h in 5,6 seconden, 180 km/h topsnelheid en een 54 kWh-accu. Lancia noemt een actieradius van 370 kilometer WLTP. De Ypsilon HF krijgt bovendien een Torsen-differentieel, Alcon-remsysteem, een verlaagd onderstel en een 30 mm bredere spoorbreedte.

De Nederlandse prijs van € 40.950 maakt hem op papier extra aantrekkelijk. Daarmee is de Ypsilon HF goedkoper dan de Peugeot e-208 GTi, vrijwel gelijk geprijsd aan de Abarth 600e Competizione en duidelijk goedkoper dan de Alfa Romeo Junior Veloce. Zonder rijtest valt nog niet te zeggen of deze Lancia ook rijdend overtuigt. Maar wie alleen naar prijs, bereik, prestaties en techniek kijkt, kan moeilijk om de Ypsilon HF heen.

Abarth 600e Competizione: karakter en serieuze hardware

De Abarth 600e Competizione is de minst klassieke hot hatch van het vijftal. De 600e is hoger, breder en dus wat meer een cross-over. Als sportief broertje van de Fiat 600e oogt hij minder laag en gespierd dan een e-208, Corsa of Ypsilon, maar Abarth heeft hem toch aardig pittig aangekleed. 

Toch gaat Abarth met deze 600e verder dan alleen aankleden. Natuurlijk heeft ook de Competizione die 207 kW/280 pk en 345 Nm, maar ook een Torsen-sperdifferentieel, Alcon-remmen, Michelin high-performance banden en Sabelt-stoelen. Hij sprint in 5,85 seconden naar 100 km/h en haalt, net als de Alfa, 200 km/h.

Zijn zwakkere punt staat ook gewoon in de tabel: 334 kilometer WLTP. De Competizione koop je dus niet voor de grotere actieradius, maar voor uitrusting, aankleding en beleving. De sound generator hoort daar ook bij. Natuurlijk, dat is een stukje theater, maar wel bovenop serieuze techniek.

Alfa Romeo Junior Veloce: rijdersauto met allure

De Alfa Romeo Junior Veloce is de duurste auto in dit overzicht. Met € 45.950 ligt hij bijna € 5.000 boven de Lancia Ypsilon HF en Abarth 600e Competizione. Op papier is hij ook niet de snelste naar 100 km/h: 6,0 seconden.

De Alfa heeft bij ons wel iets wat de andere vier nog missen: wij hebben deze auto, in deze Veloce-uitvoering, namelijk al kunnen testen. Daarbij bleek de Junior Veloce daadwerkelijk scherp en communicatief. De besturing is direct, het onderstel geeft veel door en de auto voelt serieuzer sportief dan de cijfers op het eerste gezicht doen vermoeden.

Dat maakt deze elektrische Alfa niet ineens de verstandigste keuze. De prijs is relatief fors en de actieradius van 322 kilometer is niet bijzonder royaal. Maar de Junior Veloce laat wel zien wat een sportieve afstemming kan doen. Bij elektrische sportmodellen met bijna dezelfde aandrijflijn kan juist daar het verschil zitten.

En hoe rijden ze dan?

Dat is de lastigste vraag bij deze vergelijking. Specificaties zijn er genoeg, maar rijgedrag haal je niet uit een tabel. Zeker niet wanneer vijf auto’s zoveel vermogen, koppel en accucapaciteit delen.

Van de Alfa Romeo Junior Veloce weten we het al uit eigen ervaring. Die auto voelde tijdens onze test duidelijk scherper dan de gewone Junior. De besturing is direct, het onderstel geeft veel informatie door en de Veloce voelt meer als een rijdersauto dan de cijfers doen vermoeden. Daar staat tegenover dat hij stevig is afgestemd en dat zijn actieradius niet zijn sterkste punt is.

Van de Abarth 600e zijn inmiddels buitenlandse rij-impressies verschenen. Die bevestigen ongeveer het beeld dat de techniek oproept: geen lage hot hatch, wel een auto waarbij het sperdifferentieel en de sportieve afstemming merkbaar hun werk doen. De Abarth maakt zijn sportieve ambities dankzij zijn techniek behoorlijk waar.

Bij de Lancia Ypsilon HF is inmiddels meer houvast dan alleen de prijslijst. Meerdere rijtests schetsen hetzelfde beeld: de HF is stevig en sportief geveerd, snel en opvallend gretig in bochten. De Ypsilon HF is duidelijk sportiever dan de gewone Ypsilon en men is ook positief over het onderstel en de grip. Hij rijdt volgens de meeste tests niet oncomfortabel, met goed stuurgevoel en veel grip van de Michelin Pilot Sport 4-banden.

Wel wordt er gesproken over herkenbare Stellantis-trekjes en een one-pedal-functie die niet heel krachtig is, terwijl in een gebruikersreview commentaar is dat het mechanische sperdifferentieel op B-wegen om aandacht vraagt en dat de bruikbare actieradius bij steviger rijden eerder rond de 200 kilometer ligt.

Bij de Peugeot e-208 GTi en Opel Corsa GSE, die nog niet in productie zijn, draait het voorlopig vooral om de combinatie van techniek, positionering en belofte. Van de Peugeot zijn prijs, specificaties en GTi-context bekend, maar echte rijtesten zijn er nog niet. De Corsa GSE is nog minder ver: Opel heeft veel techniek bekendgemaakt en spreekt over ‘Nürburgring finetuning’, maar meer weten we niet, ook de Nederlandse prijs en WLTP-actieradius ontbreken nog.

De vergelijking is daardoor nog niet helemaal gelijk. De Abarth, Alfa, Lancia hebben hun sportieve inborst al op de weg mogen verdedigen. De Peugeot en Opel moeten nog laten zien of hun techniek ook de juiste rijbeleving oplevert.

De opvallendste verschillen zitten uiteraard niet in de pk’s

Wie alleen naar vermogen en accucapaciteit kijkt, ziet vijf nagenoeg gelijke auto’s. Wie verder kijkt, ziet vijf verschillende keuzes.

Peugeot en Opel staan het dichtst bij het idee van een klassieke hot-hatch. Ze zijn compact, laag en herkenbaar als snelle varianten van bekende B-segmentmodellen. Peugeot doet dat met de enigszins beladen GTi-naam, Opel met een nuchtere, van de vroegere GSi afgeleide GSE-aanpak en veel nadruk op hardware.

Lancia verrast vooral op papier. De Ypsilon HF combineert een lage prijs met een sterke opgegeven actieradius, serieuze techniek en prestaties die nauwelijks onderdoen voor Peugeot en Opel. Dat maakt hem interessanter dan veel lezers misschien verwachten.

Abarth kiest de meest uitgesproken route. De 600e Competizione is qua vorm geen hatchback, maar brengt met zijn aankleding, sound generator en 200 km/h topsnelheid wel de meeste bravoure mee. De vraag is niet of hij ingetogen is. Dat is hij niet, zeker niet in een lekker opvallend kleurtje. De vraag is of de techniek voldoende draagvlak heeft om de sportieve aspiraties waar te maken. Onze review van de kleinere Abarth 500e maakt ons wat dat betreft nieuwsgierig of de 600e ook zo lekker rijdt.

Alfa Romeo staat aan de andere kant van deze vergelijking. De Junior Veloce is duurder en op papier niet dominant, maar heeft ons als enige al overtuigd dat rijbeleving niet alleen uit een specificatietabel komt. Die concrete rijervaring telt flink, wanneer de cijfers zo dicht bij elkaar liggen.

De hot hatch komt terug – maar elektrisch maakt ‘m toch anders

De hot hatch keert terug, maar zo’n elektrische hot hatch is zeker geen kopie van vroeger. Geen handbak, geen hoogtoerige benzinemotor, geen laag leeggewicht en geen motorkarakter dat per merk vanzelf anders aanvoelt. De techniek van een elektrisch platform is makkelijker te delen dan een verbrandingsmotor met eigen geluid, vermogensopbouw en karakter, en helemaal als alles binnen één en dezelfde merkengroep valt.

Daarom ligt de aandacht nu op andere verschillen. Bijvoorbeeld op de vraag hoe goed de voorwielen dat vermogen kwijt kunnen. Een sperdifferentieel, goede banden en een zorgvuldige afstemming van het onderstel doen dan meer dan een paar pk extra.

Ook remmen en koeling worden belangrijker. Een elektrische hot hatch moet niet alleen één keer hard accelereren, maar dat tempo ook kunnen herhalen zonder dat remmen, banden of temperatuurhuishouding te snel afhaken.

Het bij het merkgevoel passende onderscheid moet daardoor ergens anders vandaan komen. Niet uit uitlaatgeluid of schakelgevoel, maar uit besturing, demping, zitpositie, pedaalrespons, rijmodi, interieur, ontwerp en ook historie. Dat vraagt om veel meer dan een sportieve badge op de achterklep.

De echte vergelijking moet nog beginnen

Dit vijftal laat goed zien hoe Stellantis zijn elektrische sportmodellen opbouwt. De basis is herkenbaar: een vermogen van ongeveer 280 pk, 345 Nm, een 54 kWh-accu, voorwielaandrijving en op prestaties afgestemde hardware. Het verschil zit in wat elk merk daarmee doet.

Er blijven genoeg open punten. De Opel Corsa GSE heeft nog geen Nederlandse prijs en WLTP-actieradius. Peugeot, Opel, Lancia en Abarth moeten nog laten zien hoe overtuigend hun afstemming is wanneer je ermee rijdt. Alleen de Alfa Romeo Junior Veloce is door EVupdate getest.

De meeste pk’s hebben ze niet nodig om zich te onderscheiden. De vraag wordt welke interpretatie straks het beste klopt: de erfgenaam, de purist, de verrassing, de showcar of de rijdersauto.

Bas van der Weerd

Bas van der Weerd

Hoofdredacteur

2 reacties

Markie Mark

12 maart, 2023

Loesje Boom

12 maart, 2023

Geef een reactie