Waar worden elektrische auto’s in de EU gebouwd?
Duitsland domineert, maar de verhoudingen verschuiven
Wie in Nederland een elektrische auto koopt, ziet aan het logo niet waar die auto is gebouwd. De autoproductie in de EU is verdeeld over een relatief klein aantal landen en de overgang naar volledig elektrisch verloopt lang niet overal in hetzelfde tempo.
Nieuwe cijfers van het International Council on Clean Transportation (ICCT) laten zien hoe het productielandschap er in 2025 uitzag. Duitsland steekt er ver bovenuit. Frankrijk en Tsjechië hebben eveneens een aanzienlijke BEV-productie, terwijl Tsjechië en Slowakije vooral opvallen door hun productie ten opzichte van registraties. Spanje stond in 2025 nog relatief laag, maar schuift in 2026 snel op.
We kijken hierbij naar de EU-27. Uit het bredere ICCT-onderzoek gebruiken we uitsluitend de cijfers voor volledig elektrische personenauto’s, oftewel BEV’s.
De belangrijkste cijfers
- In 2025 was 19 procent van alle in de EU geproduceerde personenauto’s volledig elektrisch. In 2019 was dat nog ongeveer 1 procent.
- Duitsland is met afstand het grootste autoproductieland van de EU. In 2025 was 30 procent van de Duitse productie volledig elektrisch.
- Tsjechië en Slowakije bouwden ruim vijftien BEV’s voor iedere nieuwe BEV die in eigen land werd geregistreerd.
- De cijfers over 2025 zijn een momentopname: nieuwe BEV-productie in onder meer Spanje, Slowakije en Zweden verandert de verhoudingen al in 2026.
De EU bouwt minder auto’s, maar veel meer BEV’s
De overgang naar elektrische aandrijving vindt plaats binnen een automobielindustrie die in de EU als geheel kleiner is geworden. In 2019 werden er nog 14,5 miljoen personenauto’s gebouwd. In 2021 waren dat er 10,2 miljoen. Daarna herstelde de productie gedeeltelijk, tot ongeveer 11 miljoen auto’s in 2025.
Het aandeel volledig elektrische auto’s steeg ondertussen van ongeveer 1 procent in 2019 naar 19 procent in 2025. Op basis van het totale productievolume komt dat voor 2025 neer op ruwweg 2,1 miljoen BEV’s.
De groei van de BEV-productie komt dus niet doordat de EU simpelweg meer auto’s bouwt. Volledig elektrische modellen nemen een steeds groter deel voor hun rekening van een totale autoproductie die nog altijd duidelijk onder het niveau van 2019 ligt.
Duitsland bouwt veruit de meeste elektrische auto’s
Duitsland blijft het zwaartepunt van de auto-industrie in de EU. In 2025 kwam 37 procent van alle in de EU gebouwde personenauto’s uit Duitse fabrieken. Dat komt neer op ongeveer 4,1 miljoen auto’s.
Van die Duitse productie was ongeveer 30 procent volledig elektrisch. Op basis van die afgeronde cijfers werden daar dus ruwweg 1,2 miljoen BEV’s gebouwd. Geen ander EU-land komt bij dat productievolume in de buurt.
Een belangrijk deel daarvan komt uit bestaande autofabrieken die voor elektrische productie zijn omgebouwd. Volkswagen bouwde in Zwickau in 2025 meer dan 200.000 BEV’s. De fabriek in Emden kwam uit op bijna 150.000. Tesla produceerde in Grünheide naar schatting ongeveer 150.000 auto’s.
Malaise bij Volkswagen
Die koppositie betekent niet dat de Duitse automobielindustrie zonder problemen door de omschakeling komt. Volkswagen Group maakte op 3 september 2026 bekend dat de capaciteit van zijn fabrieken in de EU momenteel meer dan 500.000 auto’s boven de vraag ligt. Dat cijfer geldt voor de totale productiecapaciteit van het concern en is dus geen afzonderlijk BEV-cijfer.
Dat raakt ook twee belangrijke Duitse BEV-fabrieken. Voor Emden en Zwickau kan Volkswagen vanaf respectievelijk 2031 en 2034 op dit moment geen concurrerende toekomstige productiebezetting garanderen. Het concern onderzoekt daarom andere toepassingen voor die locaties.
De problemen van Volkswagen Group kunnen niet één op één op de hele Duitse auto-industrie worden geprojecteerd. Ze maken wel duidelijk dat een hoog BEV-productievolume op zichzelf niet garandeert dat iedere fabriek voldoende werk of een zekere toekomst heeft.
Frankrijk bouwt ongeveer 220.000 BEV’s
Frankrijk is als autoproductieland veel kleiner dan Duitsland. In 2025 werden er ongeveer één miljoen personenauto’s gebouwd, waarvan 22 procent volledig elektrisch was. Dat komt neer op ongeveer 220.000 BEV’s.
Een groot deel daarvan kwam uit een beperkt aantal fabrieken. Alleen al Renaults ElectriCity-locatie in Douai produceerde volgens het ICCT ongeveer 150.000 BEV’s in 2025. Daar werden onder meer de Renault 5 E-Tech electric, Mégane E-Tech electric, Scénic E-Tech electric en Alpine A290 gebouwd.
De Renault 5 was goed voor meer dan 87.000 exemplaren, de Scénic voor meer dan 35.000, de Mégane voor ruim 17.000 en de Alpine A290 voor meer dan 9.000.
Renault concentreert in Frankrijk meer dan alleen de eindassemblage. Het concern meldde in juli dat het sinds 2021 ongeveer 13 miljard euro heeft geïnvesteerd in zijn Franse elektrische waardeketen. Onder voorwaarden wil Renault in zijn middellangetermijnplan nog eens hetzelfde bedrag in Frankrijk investeren.
Sinds 2010 heeft Renault Group naar eigen zeggen meer dan één miljoen elektrische voertuigen in Frankrijk geproduceerd, waarvan 600.000 binnen zijn Noord-Franse ElectriCity-cluster. Die cijfers omvatten meer voertuigtypen dan alleen de personenauto’s uit het ICCT-onderzoek, maar geven wel een beeld van de omvang van Renaults elektrische productie in Frankrijk.
De verschillen tussen de productielanden zijn groot
Het totale aantal auto’s dat een land bouwt, zegt niet automatisch hoeveel daarvan volledig elektrisch zijn. Duitsland combineert een zeer groot productievolume met een BEV-aandeel van 30 procent. Spanje is de nummer twee van de EU wat betreft totale autoproductie, maar in 2025 was slechts 6 procent daarvan volledig elektrisch.
Tsjechië en Frankrijk zitten daar tussenin. Tsjechië bouwde ongeveer 1,3 miljoen auto’s, waarvan 16 procent BEV. Frankrijk bouwde minder auto’s, maar had met 22 procent een groter BEV-aandeel.
Onder de kleinere autoproductielanden valt vooral België op. Ongeveer 41 procent van de Belgische personenautoproductie was in 2025 volledig elektrisch. Zweden stond op nul.
Land | Totale autoproductie 2025 | BEV-aandeel |
Duitsland | ca. 4,1 mln | 30% |
Spanje | ca. 1,7 mln | 6% |
Tsjechië | ca. 1,3 mln | 16% |
Frankrijk | ca. 1,0 mln | 22% |
Slowakije | >900.000 | 8% |
Hongarije | <370.000 | ca. 13% |
Polen | <370.000 | ca. 17% |
Italië | <370.000 | ca. 10% |
Zweden | ca. 250.000 | 0% |
België | <370.000 | 41% |
Oostenrijk | <50.000 | ca. 19% |
Roemenië | <370.000 | ca. 10% |
Slovenië | <50.000 | ca. 1% |
Voor Duitsland, Spanje, Tsjechië, Frankrijk en Slowakije vermeldt het ICCT de aandelen afzonderlijk in de tekst. De percentages van enkele kleinere productielanden zijn afgerond afgelezen uit de grafiek van het ICCT. Finland en Portugal produceerden volgens de onderzoekers in 2025 geen BEV’s. Nederland is niet in deze vergelijking opgenomen omdat de gebruikte databronnen elkaar daar tegenspreken.
Tsjechië en Slowakije: veel productie ten opzichte van registraties
Een tweede manier om naar het productielandschap te kijken, is door de BEV-productie af te zetten tegen het aantal nieuwe elektrische auto’s dat in hetzelfde land wordt geregistreerd.
Voor de hele EU werden in 2025 ongeveer 104 BEV’s geproduceerd voor iedere 100 nieuwe BEV-registraties. Productie en registraties lagen voor de EU als geheel dus dicht bij elkaar.
Per land zijn de verschillen veel groter.
Land | BEV’s geproduceerd per 100 nieuwe BEV-registraties |
Tsjechië | 1.533 |
Slowakije | 1.525 |
Hongarije | 422 |
Roemenië | 276 |
Duitsland | 231 |
Polen | 119 |
EU-27 | 104 |
Spanje | 99 |
Frankrijk | 69 |
België | 65 |
Italië | 29 |
Oostenrijk | 14 |
Slovenië | 4 |
Zweden | 0 |
Portugal | 0 |
Tsjechië en Slowakije springen er duidelijk uit. Voor iedere 100 nieuwe BEV’s die daar werden geregistreerd, bouwden de autofabrieken ruim 1.500 volledig elektrische auto’s.
Die verhouding is geen rechtstreekse exportstatistiek. Een in Tsjechië gebouwde auto kan bijvoorbeeld naar een ander EU-land of naar een land buiten de EU gaan, terwijl in Tsjechië ook geïmporteerde BEV’s kunnen worden geregistreerd. Het ICCT gebruikt een hoge productie-registratieverhouding daarom als aanwijzing voor een sterke productie- en exportfunctie.
Tsjechië bouwde in 2025 ongeveer 1,3 miljoen personenauto’s, waarvan 16 procent volledig elektrisch. Dat komt neer op ruwweg 210.000 BEV’s. De stijging kwam vooral door Škoda. Van de Elroq werden in zijn eerste volledige productiejaar ongeveer 112.500 exemplaren gebouwd, naast ongeveer 77.000 Enyaqs.
Slowakije produceerde iets meer dan 900.000 personenauto’s, waarvan 8 procent volledig elektrisch was. De BEV-productie nam in 2025 toe met de komst van de Kia EV4 in Žilina. Sinds maart 2026 bouwt Kia daar ook de kleinere EV2.
Spanje stond laag, maar loopt in 2026 snel in
Spanje laat goed zien hoe snel de productieverhoudingen kunnen veranderen.
Het land was in 2025 met ongeveer 1,7 miljoen personenauto’s de op één na grootste autofabrikant van de EU. Toch was slechts 6 procent van die productie volledig elektrisch. Dat komt neer op ongeveer 100.000 BEV’s.
Spanje was dus al een groot autoproductieland, maar speelde een veel kleinere rol in de productie van volledig elektrische auto’s dan Duitsland, Frankrijk en Tsjechië.
In 2026 verandert dat beeld. Op 3 juni begon in Martorell de serieproductie van de CUPRA Raval en Volkswagen ID. Polo. Beide zijn volledig elektrisch.
Enkele dagen later begon ook de serieproductie van de volledig elektrische Škoda Epiq in de Volkswagen-fabriek in Pamplona. De Volkswagen ID. Cross moet daar eveneens worden gebouwd.
De 6 procent uit 2025 beschrijft daarom correct waar Spanje vorig jaar stond, maar niet meer volledig waar het land in september 2026 staat. Pas met de complete productiecijfers over 2026 wordt duidelijk hoe groot de verschuiving daadwerkelijk is.
Zweden ging in enkele maanden van nul naar BEV-productie
Ook Zweden laat zien waarom de jaarcijfers over 2025 en de actuele situatie uit elkaar moeten worden gehouden.
Volgens de ICCT-data werden in Zweden in 2025 geen volledig elektrische personenauto’s geproduceerd. In de BEV-tabel staat het land daarom op nul.
Dat veranderde op 22 april 2026. Volvo Cars begon toen in Torslanda, bij Göteborg, met de serieproductie van de volledig elektrische EX60. Volgens Volvo is dit de eerste volledig elektrische auto die in Zweden is ontworpen, ontwikkeld én gebouwd.
Op basis van de volledige jaarcijfers over 2025 stond Zweden dus terecht buiten de BEV-productie. Voor een beeld van waar in september 2026 elektrische auto’s worden gebouwd, moet het land inmiddels wel worden meegeteld.
Hongarije kan door BYD verder opschuiven
Hongarije had in 2025 al een hoge BEV-productie ten opzichte van het aantal registraties. Per 100 nieuw geregistreerde BEV’s werden er 422 geproduceerd.
De nieuwe fabriek van BYD in Szeged kan dat verschil verder vergroten. Het wordt de eerste personenautofabriek van BYD in de EU en de volledig elektrische Dolphin Surf moet er als eerste model van de band lopen.
De daadwerkelijke bijdrage aan de Hongaarse BEV-productie moet nog blijken. Het ICCT ging bij publicatie uit van volledige productie later in 2026. BYD-bestuurder Stella Li zei in juni tegen Reuters dat de serieproductie in het vierde kwartaal van 2026 moet beginnen.
Szeged hoort daarom nog niet bij de gerealiseerde productiecijfers over 2025. De fabriek is wel een van de locaties die de BEV-productieverdeling in de EU de komende periode kunnen veranderen.
De cijfers geven vooral de grote verhoudingen weer
De ICCT-cijfers geven een veel completer beeld dan verkoopstatistieken alleen, maar hebben ook een beperking. Er bestaat geen volledig geharmoniseerde officiële dataset voor de EU waarin per land exact staat hoeveel BEV’s worden geproduceerd.
Het ICCT combineert daarom gegevens van MarkLines over de totale autoproductie met gegevens van EV Volumes over de productie van BEV’s. Die bronnen meten niet exact hetzelfde. EV Volumes werkt met ‘production for sale’: auto’s die in een land zijn geproduceerd en vervolgens ergens zijn geregistreerd.
De onderzoekers hebben de uitkomsten waar mogelijk gecontroleerd aan de hand van openbare productiecijfers uit Duitsland en Tsjechië.
Nederland laat zien waarom die kanttekening relevant is. MarkLines registreerde er voor 2024 en 2025 geen personenautoproductie, terwijl EV Volumes wel ongeveer 3.000 BEV’s rapporteerde. Het ICCT heeft Nederland daarom uit de vergelijking van de nationale productiemix gehouden.
De cijfers zijn vooral geschikt om de grote verhoudingen en verschuivingen te zien. Kleine verschillen tussen landen moeten niet nauwkeuriger worden geïnterpreteerd dan de onderliggende gegevens toelaten.
De BEV-productieverdeling verschuift al
Duitsland is nog duidelijk het centrum van de BEV-productie in de EU, maar daarachter lopen de rollen sterk uiteen. Frankrijk en Tsjechië bouwen aanzienlijke aantallen elektrische auto’s. Tsjechië en Slowakije vallen vooral op door hun grote productie ten opzichte van registraties. Nieuwe modellen en productielijnen in Spanje, Zweden en Slowakije verschuiven de verhoudingen al in 2026.
Bron: ICTT. De BEV-cijfers zijn herleid van de afzonderlijke ICCT-data; de bron waarschuwt zelf dat productie per aandrijflijn uit verschillende datasets wordt samengesteld. De actuele verschuivingen zijn daarnaast gecontroleerd bij Volkswagen, SEAT/CUPRA, Škoda, Volvo, Kia en Renault; voor BYD is de actuele startplanning gebaseerd op Reuters. Normaal gesproken noemen wij volledig elektrische auto een EV, omdat het ICCT over zowel BEV’s als PHEV sprak, kiezen wij in dit artikel ook voor BEV.

