Cookie verklaring

Deze website gebruikt cookies.

Om uw bezoek aan onze website nóg makkelijk en persoonlijker te maken zetten we cookies (en vergelijkbare technieken) in. Met deze cookies kunnen wij (en derde partijen) uw gedrag op onze website volgen en analyseren. U kunt de cookies accepteren door op: 'OK' te klikken.

Vergroot afbeelding: Subaru: van boxermotor naar volledig elektrisch in Europa

Subaru: van boxermotor naar volledig elektrisch in Europa

Auteur Bas van der Weerd
hook-e paginablok

Ook bij elektrisch blijft vierwielaandrijving belangrijk

Wie Subaru zegt, denkt aan vierwielaandrijving, auto's die tegen een stootje kunnen en natuurlijk de karakteristieke boxermotor. Ruim vijf jaar geleden maakte het merk ons met de eerste teasers van de Solterra nieuwsgierig naar zijn eerste elektrische auto. Hierboven zie je er een van. Toen was dat nog iets nieuws naast de vertrouwde boxermodellen. Nu verdwijnt de boxermotor uit de Europese showrooms. Subaru stopt uiterlijk eind 2027 met de verkoop van nieuwe auto's met een verbrandingsmotor. Vanaf 2028 bestaat het Europese aanbod uitsluitend uit volledig elektrische modellen.

Daarmee komt een einde aan een motorconcept dat al sinds 1966 een belangrijke rol speelt bij Subaru. Niet omdat het merk wereldwijd klaar is met de boxermotor, maar omdat het in Europa steeds lastiger wordt om zijn traditionele modellen rendabel te verkopen. De relatief kleine afzetmarkt en de kosten om aan Europese regelgeving te blijven voldoen, geven daarbij de doorslag.

De belangrijkste veranderingen

  • De benzine-Outback verdwijnt volgens de Duitse berichtgeving in 2026 uit het Europese aanbod. De Impreza, Crosstrek en Forester volgen in 2027.
  • Vanaf 2028 verkoopt Subaru in Europa uitsluitend volledig elektrische auto's.
  • De Uncharted, Solterra en E-Outback vormen de basis van het elektrische aanbod. Er komen nog meer modellen bij.
  • Buiten Europa blijft Subaru wel auto's met verbrandingsmotoren en hybride aandrijflijnen ontwikkelen en verkopen.

Na ruim zestig jaar neemt Subaru in Europa afscheid van de boxermotor

Het afscheid is bijzonder omdat de boxermotor zo nauw met Subaru verbonden is. In 1966 verscheen de Subaru 1000 met een viercilinder boxermotor. Anders dan bij een gewone lijnmotor bewegen de zuigers hierbij horizontaal tegenover elkaar. Dat levert een relatief vlakke motor op, die bovendien laag in de auto kan worden geplaatst.

Het lage zwaartepunt en de rustige motorloop zijn belangrijke eigenschappen van deze constructie. Later werd de boxermotor ook een vast onderdeel van Subarus symmetrisch opgebouwde vierwielaandrijving. Samen vormden ze de technische basis waarop het merk zijn reputatie bouwde.

Subaru hield daar opmerkelijk lang aan vast. Terwijl andere fabrikanten overstapten op andere motorconstructies, bleef Subaru de boxer doorontwikkelen. Ook bij de elektrificatie van zijn benzinemodellen koos het merk met de e-Boxer voor een hybride aandrijflijn waarin de vertrouwde verbrandingsmotor centraal bleef staan.

Aan die Europese geschiedenis komt nu een einde. Volgens het Duitse Auto Motor und Sport, dat zich baseert op informatie van Subaru Duitsland, verdwijnt de benzine-Outback in 2026 uit het aanbod. In 2027 volgen de Impreza, Crosstrek en Forester. De Zwitserse importeur Emil Frey heeft de omschakeling naar uitsluitend elektrische auto's vanaf 2028 eveneens bevestigd tegenover Blick.

In Nederland is het afscheid overigens al begonnen. De Impreza en benzine-Outback staan hier al niet meer in het actuele modellengamma. De Crosstrek en Forester zijn hier nog wel leverbaar.

Europese regelgeving maakt de boxermotor steeds duurder

Dat Subaru deze stap zet, heeft vooral met de Europese markt te maken. De strenge CO₂-vlootnormen spelen daarbij een belangrijke rol. In Nederland is bovendien de hoogte van de BPM afhankelijk van de uitstoot, waardoor de prijzen hier nog eens extra opliepen.

Daarnaast moeten nieuwe auto's voldoen aan steeds uitgebreidere Europese eisen voor veiligheid en rijhulpsystemen.

Voor grote fabrikanten zijn de ontwikkelingskosten en de kosten voor typegoedkeuring over honderdduizenden auto's te verdelen. Bij Subaru ligt dat anders. Het merk verkoopt in heel Europa jaarlijks ongeveer 35.000 auto's. Op een wereldwijde productie van zo'n 900.000 stuks is dat nog geen vier procent.

In een eerder achtergrondartikel over Subarus positie in Europa beschreven we al waarom het merk ondanks die bescheiden verkoopaantallen toch op deze markt actief wil blijven.

In Nederland komt daar nog een nadeel bij. Door de relatief hoge CO₂-uitstoot van de benzine- en hybridemodellen loopt de bpm flink op. Een Crosstrek kost inmiddels minimaal € 61.345 en voor een Forester vraagt Subaru minstens € 71.375. Daarmee zijn het bepaald geen goedkope auto's.

Het is dus niet zo dat Subaru door Europese regels verplicht wordt om vanaf 2028 uitsluitend elektrische auto's te verkopen. Het merk kiest daar zelf voor, omdat het steeds minder aantrekkelijk wordt om zijn bestaande modellen met verbrandingsmotoren voor de relatief kleine Europese markt te blijven aanpassen.

Drie elektrische Subaru's nemen het stokje over

De vervangers staan al klaar. Subaru heeft zijn elektrische modellengamma in korte tijd uitgebreid tot drie modellen, die allemaal in samenwerking met Toyota zijn ontwikkeld.

De compacte Uncharted is met een vanafprijs van € 37.900 de voordeligste elektrische Subaru. Daarboven staat de vernieuwde Solterra, die minimaal € 48.900 kost. De E-Outback is met een vanafprijs van € 52.900 de duurste van het drietal.

Wie de modellen uitgebreider wil leren kennen, vindt in ons eerdere artikel Drie keer elektrisch: Subaru opent een nieuw hoofdstuk de belangrijkste verschillen.

Subaru verandert daarmee niet alleen van aandrijving, maar ook van technische basis. De huidige elektrische auto's delen veel techniek met modellen van Toyota. De Uncharted is nauw verwant aan de Toyota C-HR+, de Solterra aan de bZ4X en de E-Outback aan de bZ4X Touring.

Die samenwerking heeft een belangrijk voordeel. Subaru hoeft de kostbare ontwikkeling van elektrische platforms en aandrijflijnen niet alleen te dragen. Voor een fabrikant met een relatief bescheiden productie is dat bepaald geen overbodige luxe.

De drie modellen zijn overigens niet het definitieve eindpunt. Volgens de Zwitserse importeur wil Subaru zijn volledig elektrische aanbod in 2027 en 2028 verder uitbreiden. Welke modellen daarvan naar Nederland komen, is nog niet bekend.

Maar blijft een elektrische Subaru nog wel een Subaru?

Dat is misschien wel de interessantste vraag. Met het verdwijnen van de boxermotor verliest Subaru een onderscheidend technisch kenmerk. En doordat de huidige elektrische modellen nauw verwant zijn aan Toyota's, is het verschil onderhuids kleiner dan trouwe Subaru-rijders gewend zijn.

Toch probeert Subaru zijn eigen karakter te behouden. Vierwielaandrijving, stabiliteit, veiligheid en bruikbaarheid onder moeilijke omstandigheden blijven belangrijke uitgangspunten. Bij de E-Outback gebeurt dat bijvoorbeeld met twee elektromotoren, elektrische vierwielaandrijving en een bodemvrijheid van ruim 21 centimeter.

In onze rij-impressie van de Subaru E-Outback bleek al dat de elektrische aandrijving niet ten koste hoeft te gaan van de kwaliteiten die veel Subaru-rijders waarderen. De auto voelt zich niet alleen op asfalt thuis, maar kan ook buiten de gebaande wegen behoorlijk goed uit de voeten.

De uitdaging wordt vooral om de trouwe klantenkring mee te krijgen. Subaru-rijders kiezen vaak heel bewust voor dit merk, juist vanwege de specifieke techniek en de praktische eigenschappen. Dat de boxermotor verdwijnt, hoeft voor hen niet doorslaggevend te zijn. Maar het merk zal wel moeten laten zien dat de elektrische modellen dezelfde betrouwbaarheid en bruikbaarheid bieden die ze van hun huidige Subaru gewend zijn.

Vanaf 2029 weer meer eigen techniek

Subaru wil op termijn ook technisch weer zelfstandiger worden. Daarvoor ontwikkelt het merk een eigen elektrisch platform, waarvan het op 18 oktober in Japan een rijdend prototype heeft getoond. De carrosserie is afkomstig van een oudere Outback en moest behoorlijk worden aangepast om op het nieuwe, langere platform te passen.

Onder die wat merkwaardige carrosserie schuilt interessante techniek. De testauto beschikt over twee elektromotoren, met 150 kW op de vooras en 230 kW op de achteras. Samen leveren ze 380 kW, omgerekend ongeveer 517 pk. Volgens Subaru is dat voldoende om in minder dan vier seconden naar 100 km/h te sprinten.

De motoren zijn ontwikkeld met Aisin en moeten compacter, lichter en efficiënter zijn dan de huidige exemplaren. Ook de accu is nieuw. Het met Panasonic Energy ontwikkelde pakket telt ongeveer 4.000 cilindrische cellen en zou volgens Subaru 25 procent lichter zijn dan zijn eerdere accupakket. Het nieuwe platform zelf moet ongeveer 100 kilogram lichter zijn dan de huidige elektrische basis.

Subaru werkt bovendien aan een eigen centrale elektronische regeleenheid, die onder meer de aandrijving en rijhulpsystemen moet aansturen en software-updates op afstand mogelijk maakt.

Het prototype is nadrukkelijk bedoeld om nieuwe techniek te testen. De specificaties zeggen dus nog niets over een toekomstig productiemodel. Volgens de huidige ontwikkelingsplanning moeten de eerste onderdelen van deze techniek vanaf 2029 in productieauto's terechtkomen.

Dat betekent niet dat de samenwerking met Toyota verdwijnt. Die blijft voorlopig belangrijk voor Subarus elektrische aanbod. Maar met meer eigen techniek krijgt Subaru ook meer mogelijkheden om zijn auto's een herkenbaar karakter te geven.

De boxer verdwijnt in Europa, maar Subaru blijft

Voor Europa betekent 2028 het einde van een lange traditie. De boxermotor, ruim zestig jaar lang een van Subarus belangrijkste kenmerken, maakt plaats voor elektrische aandrijving. Elders blijft de fabrikant wel verbrandingsmotoren en hybrides ontwikkelen.

In Europa draait het voortaan om elektrische auto's waarin vierwielaandrijving, veiligheid en praktische bruikbaarheid herkenbaar moeten blijven. De vertrouwde techniek verdwijnt dus, maar daarmee hoeft Subaru nog niet zijn eigen karakter te verliezen.

Bas van der Weerd

Bas van der Weerd

Hoofdredacteur