Stellantis kondigt STLA One platform aan: veelzijdig, modulair én 800 volt
Nieuw schaalbaar platform moet de basis vormen voor meer dan 30 modellen
Stellantis STLA One is officieel onthuld als nieuw modulair platform voor B-, C- en D-segmenten, met de eerste uitrol gepland in 2027. De architectuur moet vijf bestaande platformen samenbrengen en krijgt ruimte voor LFP-accu’s, cell-to-body-integratie en 800-volt-geschiktheid, maar concrete modellen en specificaties noemt Stellantis nog niet.
STLA One moet vijf platformen samenbrengen
Stellantis presenteert STLA One nadrukkelijk niet als een elektrische auto, maar als een universele, schaalbare voertuigarchitectuur. Het platform moet meerdere aandrijfvormen kunnen dragen en tegelijk de complexiteit binnen de groep terugbrengen. Volgens Stellantis moet STLA One uiteindelijk meer dan dertig modellen ondersteunen en in 2035 goed zijn voor meer dan twee miljoen voertuigen per jaar.
De groep koppelt daar een kostendoel aan: 20 procent kostenefficiëntie, vooral door modulariteit en accukeuzes. In de bredere platformstrategie mikt Stellantis er bovendien op dat in 2030 de helft van het volume op drie wereldwijde platformen staat, met tot 70 procent hergebruik van componenten.
Ned Curic, Chief Engineering and Technology Officer bij Stellantis, noemt STLA One “a clear example of a truly modular strategy”. Volgens hem moet de architectuur flexibiliteit bieden voor meerdere aandrijfvormen, zonder de nadelen van één compromisplatform volledig mee te slepen.
Stellantis STLA One krijgt LFP, cell-to-body en 800 volt
Voor EV’s zit de belangrijkste technische stap van STLA One in de accustrategie. Stellantis kiest nadrukkelijk voor meer flexibiliteit in accutechniek en voertuigopbouw, met LFP, cell-to-body en 800-volt-geschiktheid als belangrijkste pijlers.
Meer inzet op LFP-accu’s
Stellantis wil binnen STLA One vaker gebruikmaken van LFP-accu’s. Die accutechniek is goedkoper dan veel nikkelrijke alternatieven en maakt fabrikanten minder afhankelijk van schaarse grondstoffen. Vooral in het B- en C-segment kan dat helpen om elektrische modellen betaalbaar te houden.
Het concern noemt nog geen accucapaciteiten of toepassingen per merk. Ook is nog niet duidelijk welke modellen als eerste op LFP overstappen.
Cell-to-body moet gewicht en kosten drukken
Daarnaast kiest Stellantis voor cell-to-body-integratie. Daarbij wordt de accu onderdeel van de voertuigstructuur, in plaats van een los pakket onder de vloer. Dat kan gewicht besparen en de constructie eenvoudiger maken.
Fabrikanten gebruiken die aanpak steeds vaker om efficiënter met ruimte en materialen om te gaan. Hoe Stellantis dat precies gaat toepassen binnen STLA One, blijft voorlopig nog open.
Ook geschikt voor 800 volt
Ook 800-volt-geschiktheid staat op de lijst. Dat betekent niet automatisch dat alle modellen dezelfde laadsnelheden krijgen, maar het platform is er technisch wel op voorbereid.
Stellantis noemt nog geen laadvermogen, laadtijden of concrete EV-specificaties. Het platform kan dus geschikt zijn voor een hogere spanningsarchitectuur, maar de uiteindelijke prestaties hangen straks af van de modellen die erop verschijnen.
Bekend zijn de geplande platformstart in 2027, de inzet voor het B-, C- en D-segment, meer LFP-accu’s, cell-to-body-integratie, 800-volt-geschiktheid en de komst van STLA Brain, SmartCockpit en steer-by-wire. Nog niet bekend zijn het eerste model, de marktintroductie, de prijs, de netto- of bruto-accucapaciteit, de WLTP-actieradius, het DC-laadvermogen, de laadtijd, AC-laden, de aandrijving en het motorvermogen.
Een nieuwe, schaalbare basis voor auto’s in het B-, C- en D-segment
Het feit dat het platform geschikt is voor verschillende segmenten, maakt STLA One belangrijk voor Europa. Modellen uit het B-, C- en D-segment vormen immers de kern van veel merken binnen Stellantis, van compacte hatchbacks tot middelgrote cross-overs en gezinsauto’s. Juist daar staat de kostendruk hoog, zeker bij volledig elektrische modellen.
STLA One moet daarom niet alleen techniek bundelen, maar ook ruimte laten voor merkverschillen. Stellantis noemt STLA Brain, STLA SmartCockpit (waarover later meer) en steer-by-wire als geplande onderdelen van de architectuur. Dat wijst op een platform dat hardware en software sterker aan elkaar koppelt, zonder dat nu al duidelijk is welke functies standaard worden of per merk verschillen.
Eerste modellen moeten uiteraard het bewijs leveren
Op papier past STLA One precies bij de moeilijke fase waarin Stellantis zit: minder platformen, meer schaal en lagere kosten. Dat is geen luxe, want elektrische modellen in het compacte en middensegment blijven zonder grote volumes lastig winstgevend te maken.
De echte toets komt vanaf 2027. Dan moeten de eerste modellen laten zien wat die 800 volt, LFP en cell-to-body bij Stellantis concreet opleveren. Niet alleen qua prijs en laadtijd, maar ook qua gewicht en bereik. Tot die tijd is STLA One vooral een technisch raamwerk met immense ambities, maar nog zonder auto die de belofte concreet maakt.


2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford