Europese automerken verkorten ontwikkeltijd door Chinese opmars
Opel maakte vandaag bekend dat het werkt aan een volledig nieuwe elektrische SUV in het C segment die in slechts twee jaar ontwikkeld moet worden. Daarmee schuift de Duitse autofabrikant op naar een tempo dat tot voor kort vooral bij Chinese merken te zien was. Opel staat daarin niet alleen. Ook Renault heeft met de Twingo de ontwikkeltijd fors ingekort.
Jarenlang werkte de auto industrie volgens een vrij vaste structuur. Een nieuw model deed er vaak vier tot vijf jaar over om van eerste ontwerp naar showroom te gaan. In die periode werden techniek, onderstel, software, veiligheidssystemen en productie uitgebreid getest en verfijnd.
Opel wil zijn nieuwe elektrische SUV samen met Leapmotor in ongeveer 24 maanden ontwikkelen. Renault sprak eerder over ongeveer honderd weken voor de nieuwe Renault Twingo. Ook bij Volkswagen klinkt steeds vaker dat processen sneller moeten verlopen. Volkswagen gaf eerder aan de ontwikkeltijd van nieuwe modellen flink te willen verkorten om beter te kunnen concurreren met Chinese fabrikanten.
Vooral bij elektrische auto’s ontstaat steeds meer druk om sneller te werken. De techniek verandert simpelweg sneller dan vroeger. Dat geldt niet alleen voor accupakketten en elektromotoren, maar ook voor software, digitale dashboards, rijhulpsystemen en de integratie van kunstmatige intelligentie. Autofabrikanten krijgen daarnaast voortdurend te maken met nieuwe Europese regels over veiligheidssystemen, cybersecurity en data. Kortere ontwikkeltijden worden daardoor steeds meer een strategie om toekomstbestendig te blijven. De opkomst van Chinese merken versnelt dat proces verder. Hun hoge ontwikkeltempo dwingt Europese fabrikanten om processen anders in te richten. Wat jarenlang werkte binnen de traditionele auto industrie blijkt steeds moeilijker vol te houden.
China veranderde de spelregels
Chinese fabrikanten hebben de afgelopen jaren het tempo omhooggeduwd. Merken als BYD, Geely, Xpeng en Leapmotor brengen in korte tijd nieuwe modellen op de markt en voeren tussentijds regelmatig technische updates door.
Vooral software speelt daarin een grote rol. Waar auto’s vroeger grotendeels af waren bij introductie, verschijnen functies tegenwoordig steeds vaker later via updates. Dat maakt het mogelijk om productie eerder op te starten.
Minder unieke techniek
Een andere verklaring voor de kortere ontwikkeltijd ligt in de techniek zelf. Autofabrikanten gebruiken steeds vaker gedeelde platformen en bestaande componenten. Elektromotoren, accupakketten en softwarearchitecturen worden over meerdere modellen verspreid.
Dat zie je ook terug bij Opel. De nieuwe SUV wordt ontwikkeld samen met Leapmotor, waarin Stellantis sinds 2023 een belang van ongeveer 21 procent heeft. Leapmotor levert onder meer elektrische architectuur en accutechniek, terwijl Opel verantwoordelijk blijft voor zaken als design en chassisafstemming.
Daardoor hoeft niet ieder onderdeel volledig opnieuw ontwikkeld te worden. Dat scheelt tijd, geld en testwerk.
Renault gebruikt bij de nieuwe Twingo een vergelijkbare aanpak. Zo heeft Ford ook aangekondigd gebruik te maken van de techniek van Renault. Bestaande techniek, een compact ontwikkelteam en minder complexe besluitvorming.
Europese productie blijft belangrijk
Opel onderzoekt productie van de nieuwe SUV in Zaragoza in Spanje. Daarmee blijft de assemblage binnen Europa, terwijl een deel van de techniek uit China komt.
Dat heeft meerdere voordelen. Productie binnen Europa verkort levertijden en vermindert transportkosten. Daarnaast kunnen fabrikanten zo deels onder Europese importheffingen op Chinese elektrische auto’s uitkomen.
Voor Chinese merken is samenwerking met Europese fabrikanten eveneens interessant. Leapmotor krijgt via Stellantis toegang tot een groot dealernetwerk, bestaande fabrieken en servicelocaties. Het merk is inmiddels al bij meerdere Stellantis dealers in Europa verkrijgbaar.
Meer digitale ontwikkeling
Ook de manier waarop auto’s ontwikkeld worden verandert snel. Waar vroeger enorme aantallen prototypes nodig waren, gebeurt tegenwoordig veel testwerk digitaal. Botsproeven, accukoeling en aerodynamica worden steeds vaker gesimuleerd via computersystemen.
Daardoor kunnen ontwikkelteams sneller werken en meerdere processen tegelijk uitvoeren. Dat verkort de totale ontwikkeltijd aanzienlijk.
Tegelijkertijd brengt dat ook risico’s met zich mee. Verschillende fabrikanten kregen de afgelopen jaren problemen met software die bij introductie nog niet volledig werkte. Vooral Volkswagen kreeg daar kritiek op bij de eerste generatie ID modellen.
De druk om sneller te ontwikkelen maakt de balans tussen snelheid en kwaliteit daardoor steeds belangrijker.
Wordt twee jaar de nieuwe norm?
De kans lijkt groot dat ontwikkeltijden de komende jaren verder omlaag gaan. Zeker bij volumemerken ontstaat steeds meer druk om snel nieuwe modellen op de markt te brengen.
Elektrische auto’s maken die versnelling eenvoudiger. Een EV bevat minder bewegende onderdelen dan een auto met verbrandingsmotor en leent zich beter voor modulaire techniek. Daardoor kunnen fabrikanten sneller werken met gedeelde platformen en software.
De luxe van tijd genoeg om te ontwikkelen en daarna een modelcyclus van zeven of acht jaar aanhouden, lijkt te verdwijnen.


2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford