Interview Eric Laforge: COO Stellantis Pro One
Het gesprek over bedrijfswagens op Brussels Expo begint bij Europees beleid. Recente besluiten van de Europese Commissie hebben bij fabrikanten van bestelauto’s tot teleurstelling geleid. Niet omdat de koers onduidelijk zou zijn, maar omdat er volgens Eric Laforge te weinig rekening wordt gehouden met de dagelijkse praktijk van de bedrijfswagenmarkt.
Zijn voorganger Anne Abboud sluit daarbij aan en zij benadrukt dat overleg noodzakelijk blijft. Beleidskeuzes werken direct door in koopgedrag en in de economische werkelijkheid. Nederland noemt zij daarbij als concreet voorbeeld.
Nederland laat zien wat er gebeurt
In Nederland heeft vervolgde ze een volwassen bedrijfswagenmarkt en de overstap naar elektrische bedrijfswagens is - noodgedwongen weliswaar -versneld ingezet. De markt is daardoor sterk verschoven. Waar in 2024 bijna 130.000 lichte bedrijfswagens werden geregistreerd, ligt dat niveau in 2025 fors lager.
Die verschuiving is grotendeels het gevolg van ondernemers die hun keuze naar voren haalden om extra belastingen te vermijden. Bij dieselbestelauto’s liep het verschil op tot bedragen rond de 15.000 euro per voertuig. Dat noemt hij geen typisch Nederlands gedrag, maar rationeel gedrag.
De verwachting dat de markt zich in 2026 vanzelf herstelt naar 50.000 voertuigen deelt hij niet. Daarvoor is de onzekerheid te groot, mede omdat er nog voorraad uit 2024 in de markt zit en de orderintake achterblijft. Vooral mkb’ers stellen vervangingen uit.
Elektrisch voldoet nog niet overal
Laforge is duidelijk dat elektrische bedrijfswagens nog niet in alle gevallen voldoen aan wat ondernemers nodig hebben. Hij noemt drie punten: totale kosten, inzetbaarheid op elk moment en bereikbaarheid van laadinfrastructuur.
In het gesprek ontstaat daar ook discussie over. Vanuit Nederlands perspectief zijn elektrische bedrijfswagens in de meeste gevallen al goedkoper dan diesel. Laforge erkent dat, maar plaatst er een kanttekening bij: de lagere TCO is deels het gevolg van belastingen voor dieselmotoren. Dat noemt hij geen duurzame ontwikkeling.
Zijn grootste zorg ligt op Europees niveau. Nederland behoort tot de koplopers qua laadinfrastructuur. In veel andere landen is dat niet het geval, terwijl daar wel dezelfde beleidsdruk wordt gevoeld. Dat maakt een uniforme Europese aanpak risicovol, zeker omdat het overgrote deel van de lichte bedrijfswagens ook daadwerkelijk in Europa wordt geproduceerd.
Teleurstelling, maar overleg gaat door
Binnen de sector is die zorg breed gedeeld. Laforge geeft aan dat autofabrikanten gezamenlijk richting de Europese Commissie hun teleurstelling hebben uitgesproken over de uitkomsten van gesprekken in december. Tegelijkertijd blijft het overleg doorgaan, met nieuwe gesprekken in januari.
Het doel daarvan is meer flexibiliteit en realisme in de doelstellingen. Niet om de transitie te stoppen, maar om te voorkomen dat markten te hard en te snel krimpen, met gevolgen voor fabrikanten, leveranciers en dealerorganisaties.
Pro One: van voertuig naar ecosysteem
Vanuit die context komt het gesprek op Stellantis Pro One. De eerste aankondigingen dateren van ruim een jaar geleden, waarna het in de communicatie stiller werd. Volgens Laforge betekende dat niet dat het project stil lag, maar dat er bewust is gewerkt aan de inhoud. Op verschillende vakbeurzen werden in die periode verschillende toepassingen getoond, variërend van elektrische bestelwagens met af fabriek inrichting tot uitvoeringen voor bouw, service en stedelijke distributie.
Pro One draait om een ecosysteem voor professionele mobiliteit. Daarin vallen de bedrijfswagenmerken van het concern, zoals Fiat en Opel. Pro One verzorgt ook de financiering, het onderhoud en vooral ombouw van de bedrijfswagens. Waar het concern eerder vooral een basisvoertuig leverde om vervolgens extern te worden aangepast, organiseert Stellantis deze stappen nu zelf.
CustomFit en ombouw in de fabriek
Onder de naam CustomFit worden voertuigen direct in de fabriek aangepast aan de wensen van de klant. Stellantis heeft zes Europese fabrieken voor lichte bedrijfswagens en in al deze fabrieken is inmiddels een structuur ingericht voor personalisatie en ombouw.
In 2024 werd ongeveer 15 procent van de geproduceerde voertuigen omgebouwd en nog eens 12 procent gepersonaliseerd, volledig in eigen beheer. Dat verkort doorlooptijden, beperkt transport en zorgt voor één aanspreekpunt voor kwaliteit en garantie.
Voor klanten betekent dit dat zij bij de dealer het voertuig en de inrichting in één keer kunnen bestellen, met één offerte en één factuur. Anne Abboud benadrukt dat dit ook leidt tot verdere professionalisering van het dealernetwerk.
Microbedrijfswagens en stedelijke logistiek
Tot slot komt micromobiliteit aan bod. Op de stand staat een compact elektrisch voertuig met drie wielen genaamd Fiat Tris, ontwikkeld door Stellantis en geproduceerd in Marokko. Hij mag 500 kilo meenemen en is bedoeld voor last-mile inzet.
Het model wordt al verkocht in Marokko en zal in eerste instantie in beperkte aantallen in Italië worden getest om de Europese interesse te peilen. Afhankelijk van de respons kan verdere uitrol volgen, mogelijk ook in Nederland.
Vooruitblik
Over de verdere toekomst van Pro One wil Laforge nog niet vooruitlopen. Meer details volgen bij de volgende strategische plannen, die rond mei worden verwacht. Wel is duidelijk dat de focus blijft liggen op verdere professionalisering, uitbreiding van CustomFit-oplossingen en bredere internationale toepassing.
De kern blijft daarbij onveranderd: Pro One is geen merk, maar een manier om professionele klanten beter te bedienen in een markt die sterk wordt beïnvloed door wisselend Europees beleid.





2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford