Hoogste inkomensgroep koopt bijna drie op tien stekkerauto’s
Van alle stekkerauto’s die in 2025 binnen deze CBS-statistiek door natuurlijke personen werden aangeschaft of van eigenaar wisselden, kwam bijna drie op de tien bij de hoogste inkomensgroep terecht. Het ging om 74.800 van in totaal circa 258.700 plug-in hybrides en volledig elektrische auto’s. In de laagste inkomensgroep waren dat er 6.200.
Ook binnen de inkomensgroepen zelf is het verschil groot. Van de 233.900 auto’s die in de hoogste inkomensgroep werden aangeschaft of van eigenaar wisselden, hadden er 74.800 een stekker, ongeveer 32 procent. In de laagste inkomensgroep ging het om 6.200 van de 83.300 auto’s, circa 7 procent.
De cijfers hebben uitsluitend betrekking op actieve M1-personenauto’s op naam van natuurlijke personen. Dat is niet hetzelfde als particulier gebruik en zegt evenmin iets over de verkoper. Een auto kan bijvoorbeeld bij een autobedrijf zijn gekocht. Auto’s op naam van bedrijven vallen buiten de cijfers. Volgens het CBS geldt dat ook voor zakelijke leaseauto’s; private lease wordt wel meegenomen. Een auto die op naam van een natuurlijke persoon staat, kan wel zakelijk worden gebruikt. Uit deze cijfers valt niet af te leiden hoe vaak dat gebeurt.
Hoogste inkomensgroep koopt niet de meeste auto’s
Het grote aantal stekkerauto’s in de hoogste inkomensgroep komt niet simpelweg doordat deze groep de meeste auto’s aanschaft. De op een na hoogste inkomensgroep kwam in 2025 met 235.700 auto’s zelfs iets hoger uit dan de hoogste groep, met 233.900 auto’s.
Bij stekkerauto’s is het verschil aanzienlijk. De hoogste inkomensgroep kwam uit op 43.300 plug-in hybrides en 31.500 volledig elektrische auto’s, samen 74.800. De op een na hoogste inkomensgroep kwam op 48.200 stekkerauto’s.
Onderaan de inkomensverdeling liggen de aantallen veel lager. In de laagste inkomensgroep ging het om 3.900 PHEV’s en 2.300 volledig elektrische auto’s, samen 6.200.
Ook relatief is het verschil groot. In de hoogste inkomensgroep had circa 32 procent van de aangeschafte of van eigenaar gewisselde auto’s een stekker, tegenover ongeveer 7 procent in de laagste groep.
Tabel: verkochte personenauto’s naar huishoudinkomen
inkomensgroep | auto's (x 1 000) |
1e 10%-groep | 83,3 |
2e 10%-groep | 98,1 |
3e 10%-groep | 106,5 |
4e 10%-groep | 137,2 |
5e 10%-groep | 159,3 |
6e 10%-groep | 183,2 |
7e 10%-groep | 199,8 |
8e 10%-groep | 220,8 |
9e 10%-groep | 235,7 |
10e 10%-groep | 233,9 |
CBS keek alleen naar auto’s op naam van natuurlijke personen
CBS kijkt in deze statistiek naar personenauto’s waarvan de registratieaansprakelijkheid in 2025 veranderde. Een auto wordt maximaal één keer per kalenderjaar geteld, ook wanneer hij in dat jaar vaker van eigenaar wisselt.
De selectie bestaat uit actieve Nederlandse M1-personenauto’s op naam van natuurlijke personen. De cijfers vertellen niet wie de auto heeft verkocht. Een auto die iemand bij een autobedrijf koopt en vervolgens op eigen naam zet, kan dus gewoon meetellen.
De tenaamstelling zegt evenmin automatisch hoe de auto wordt gebruikt. CBS maakt in deze tabellen geen onderscheid tussen privé- en beroepsmatig gebruik. Auto’s op naam van rechtspersonen vallen buiten de populatie.
Het CBS verklaarde tegenover RTL dat zakelijke leaseauto’s niet worden meegenomen; private lease wel. Hoe die laatste categorie binnen deze statistiek precies wordt gekoppeld, blijkt niet uit de beschikbare gegevens.
Geen compleet beeld van de Nederlandse automarkt
BOVAG, RAI Vereniging en RDC registreerden over heel 2025 in Nederland 388.024 nieuwe personenauto’s. Binnen de CBS-populatie van natuurlijke personen staan 119.300 auto’s als nieuw aangeschaft.
De twee cijfers beschrijven niet dezelfde markt. BOVAG, RAI Vereniging en RDC kijken naar de totale Nederlandse nieuwmarkt, terwijl CBS voor deze statistiek alleen actieve M1-personenauto’s op naam van natuurlijke personen selecteert waarvan de registratieaansprakelijkheid in 2025 veranderde.
De aantallen kunnen daarom niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken of van elkaar worden afgetrokken. De populaties, definities en registratiecriteria verschillen. Wel is duidelijk dat de CBS-statistiek maar een deel van de Nederlandse nieuwmarkt bestrijkt.
Hetzelfde geldt voor elektrische auto’s. De circa 258.700 stekkerauto’s uit deze statistiek zijn niet alle stekkerauto’s die in 2025 in Nederland nieuw of tweedehands werden aangeschaft.
De inkomensgegevens zijn van 2024
Ook bij de indeling naar inkomen hoort een voorbehoud. Voor de autotransacties uit 2025 waren de inkomensgegevens over dat jaar nog niet beschikbaar. CBS gebruikt daarom het meest recente beschikbare inkomensbestand uit 2024.
Dat bestand beschrijft huishoudens per 1 januari 2024 en gebruikt het inkomen uit het voorafgaande kalenderjaar. De indeling van de transacties uit 2025 is daardoor grotendeels gebaseerd op inkomens uit 2023.
Een huishouden kan sindsdien van inkomenspositie zijn veranderd, bijvoorbeeld na afstuderen, een andere baan of veranderde inkomsten uit een onderneming. De inkomensgroep hoeft dus niet overeen te komen met het huishoudinkomen op het moment waarop de auto in 2025 werd aangeschaft.
Het gaat bovendien om het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen. Dat is iets anders dan het individuele salaris van degene op wiens naam de auto staat.
Van de 258.700 stekkerauto’s zijn er 103.200 volledig elektrisch
In totaal telde CBS binnen deze populatie 1.705.900 auto’s die werden aangeschaft of van eigenaar wisselden. Daarvan reden er 1.383.500 op benzine. Verder ging het om 48.700 diesels, 155.500 PHEV’s, 103.200 volledig elektrische auto’s en 15.100 auto’s op LPG of een andere brandstof.
De circa 258.700 stekkerauto’s bestaan dus uit 155.500 plug-in hybrides en 103.200 volledig elektrische auto’s.
In de hoogste inkomensgroep ging het om 43.300 PHEV’s en 31.500 volledig elektrische auto’s. De verschillen tussen de inkomensgroepen zijn bij beide aandrijflijnen zichtbaar.
Tabel: verkochte personenauto’s naar aandrijflijn
inkomensgroep | Benzine | Diesel | PHEV | BEV | |
1e 10%-groep | 71800 | 4000 | 3900 | 2300 | 1300 |
2e 10%-groep | 88500 | 3100 | 3300 | 1900 | 1300 |
3e 10%-groep | 95800 | 3000 | 4100 | 2600 | 1000 |
4e 10%-groep | 121500 | 3800 | 6500 | 4100 | 1300 |
5e 10%-groep | 138000 | 4300 | 9700 | 5800 | 1500 |
6e 10%-groep | 154800 | 4900 | 13700 | 8300 | 1600 |
7e 10%-groep | 164100 | 5200 | 17800 | 11000 | 1600 |
8e 10%-groep | 176300 | 5700 | 22700 | 14400 | 1800 |
9e 10%-groep | 179600 | 6100 | 28400 | 19800 | 1800 |
10e 10%-groep | 151400 | 6300 | 43300 | 31500 | 1300 |
Bijna vier op de vijf gekochte stekkerauto’s zijn occasions
De cijfers gaan voor het grootste deel over gebruikte auto’s. Van de circa 258.700 stekkerauto’s die in 2025 binnen deze CBS-statistiek werden aangeschaft of van eigenaar wisselden, waren er ongeveer 203.500 occasions. Circa 55.100 stekkerauto’s werden nieuw aangeschaft.
Bijna vier op de vijf waren dus gebruikte auto’s. De verdeling over de inkomensgroepen gaat voor een groot deel over de occasionmarkt en niet alleen over nieuwe EV’s en PHEV’s.
Ook de leeftijd van de aangeschafte auto’s verschilt per inkomensgroep. Bij de onderste 20 procent van de inkomensverdeling was ongeveer twee derde van de aankopen ouder dan tien jaar.
‘Nieuw’ is niet hetzelfde als nieuw aangeschaft
In de leeftijdsindeling van de CBS-tabel staan 148.000 auto’s in de klasse ‘nieuw’. In dezelfde tabel staan afzonderlijk 119.300 auto’s als nieuw aangeschaft.
Het gaat om twee verschillende indelingen. Een auto kan qua leeftijd in de klasse ‘nieuw’ vallen en binnen hetzelfde kalenderjaar opnieuw van eigenaar zijn gewisseld. De 148.000 auto’s uit de leeftijdsindeling zijn daarom niet het aantal nieuw verkochte auto’s.
Ook de 119.300 nieuw aangeschafte auto’s vormen niet de totale Nederlandse nieuwverkoop. Dat aantal geldt alleen voor de auto’s op naam van natuurlijke personen die binnen deze CBS-statistiek vallen.
Tabel: leeftijd van aangeschafte auto’s per inkomensgroep, 2025
inkomensgroep | Nieuw | 1 of 2 jaar oud | 3 tot en met 5 jaar oud | 6 tot en met 10 jaar oud | 11 tot en met 15 jaar oud | 16 jaar en ouder |
1e 10%-groep | 2300 | 2600 | 7400 | 13900 | 22300 | 34700 |
2e 10%-groep | 2800 | 3400 | 8500 | 17400 | 26600 | 39400 |
3e 10%-groep | 5400 | 5400 | 12400 | 22400 | 26600 | 34300 |
4e 10%-groep | 8700 | 8300 | 18900 | 31500 | 31400 | 38400 |
5e 10%-groep | 11500 | 10900 | 25200 | 38300 | 35000 | 38500 |
6e 10%-groep | 15100 | 13500 | 32400 | 44600 | 37200 | 40300 |
7e 10%-groep | 17900 | 16500 | 39000 | 49300 | 38200 | 38900 |
8e 10%-groep | 21500 | 19800 | 46400 | 53800 | 39700 | 39600 |
9e 10%-groep | 26000 | 23700 | 53300 | 56000 | 38700 | 38000 |
10e 10%-groep | 35800 | 31500 | 57900 | 49300 | 28600 | 30700 |
Groei onder natuurlijke personen komt vooral van PHEV’s
Het aantal PHEV’s en volledig elektrische auto’s binnen deze CBS-populatie nam toe van 207.700 in 2024 naar 258.700 in 2025. Dat is een stijging van ongeveer 25 procent.
Het grootste deel van die toename komt van plug-in hybrides. Het aantal PHEV’s steeg van 111.800 naar 155.500, een toename van 39,1 procent. Het aantal volledig elektrische auto’s nam toe van 95.900 naar 103.200, ofwel 7,6 procent.
Deze percentages gelden alleen voor de auto’s op naam van natuurlijke personen binnen de CBS-statistiek, niet voor de totale Nederlandse automarkt.
Sterke samenhang met inkomen, geen verklaring
Ook wanneer meerdere inkomensgroepen worden samengenomen, zijn de verschillen groot. De hoogste drie inkomensgroepen waren in 2025 goed voor circa 160.100 stekkerauto’s, ongeveer 62 procent van alle stekkerauto’s die binnen deze CBS-statistiek werden aangeschaft of van eigenaar wisselden. De laagste drie groepen kwamen samen uit op circa 18.100, ongeveer 7 procent.
De hoogste inkomensgroep alleen kwam uit op 74.800 stekkerauto’s. Dat is bijna 29 procent van de circa 258.700 stekkerauto’s in de hele populatie. Binnen die hoogste inkomensgroep had ongeveer 32 procent van de aangeschafte of van eigenaar gewisselde auto’s een stekker. In de laagste inkomensgroep was dat circa 7 procent.
Niet alles valt uit de cijfers af te leiden
Waarom die verschillen zo groot zijn, valt uit deze gegevens niet af te leiden. CBS koppelt de auto’s aan het huishoudinkomen, maar de dataset bevat geen gegevens over de daadwerkelijke aanschafprijs, financiering, laadmogelijkheden thuis, woningtype, kilometrage of de reden om voor een bepaalde aandrijflijn te kiezen. De cijfers laten een sterke samenhang met inkomen zien, maar tonen niet aan dat het inkomen de oorzaak is.
Inruilregeling in de maak
De overheid werkt aan een inruilregeling voor huishoudens met lagere middeninkomens die een oude fossiele auto willen vervangen door een gebruikte EV. De beoogde start daarvan ligt in het vierde kwartaal van 2026. Waarom lagere inkomensgroepen in deze cijfers veel minder vaak bij een gebruikte stekkerauto uitkomen, valt uit deze gegevens niet op te maken.

