Alles over ERE-certificaten, en hoe je daar wat extra’s mee kunt verdienen
Laden met bijvangst
In 2026 krijgt laden een extra dimensie: niet alleen de kWh tellen, maar ook de CO₂-reductie die ermee samenhangt. Dat gebeurt via ERE-certificaten, emissiereductie-eenheden die verhandelbaar zijn omdat brandstofleveranciers ze nodig hebben om aan nieuwe verplichtingen te voldoen. Daardoor ontstaat er een markt waarin ook laden van elektrische auto’s mee kan doen. Maar dit is geen kant-en-klaar spaarprogramma: de spelregels worden in lagen uitgewerkt en de wetgeving loopt nu, begin 2026, nog via de Eerste Kamer. Evengoed loont het om nu al te snappen hoe deze keten werkt, en waar de echte voordelen en de haken en ogen zitten.
Korte uitleg ERE’s
ERE’s zijn de nieuwe rekeneenheid voor hernieuwbare energie in vervoer. Je laadsessies leveren niet alleen kWh op, maar kunnen ook meetellen als vermeden CO₂-uitstoot. Die vermeden uitstoot wordt omgezet in ERE’s, komt in een register terecht en kan worden verkocht aan partijen die ze nodig hebben voor hun verplichtingen.
In de praktijk komt het neer op vier vragen:
- Kun je jouw laadsessies betrouwbaar meten?
- Kun je ze laten inboeken in het juiste register?
- Is duidelijk wie de claim mag doen, jij of een ander?
- Blijft er na kosten nog iets over?
Laden krijgt een extra inkomstenstroom
Wie vanaf 2026 de stekker in de auto prikt, koopt nog steeds gewoon elektriciteit. Nieuw is dat diezelfde laadstroom ook kan meetellen als aantoonbare emissiereductie. Nederland werkt daarvoor met ERE’s, vroeger HBE’s geheten. Dit zijn emissiereductie-eenheden die verhandelbaar zijn in een register. Bedrijven die brandstoffen leveren moeten hun uitstoot terugdringen, zij kunnen ERE’s gebruiken om aan die verplichting te voldoen. Daardoor ontstaat er een markt, en dus ook een waarde en prijs aan die ERE’s.
Er zijn begin 2026 drie veranderingen die je als EV-rijder niet meteen merkt, omdat er alleen achter de schermen mee wordt gerekend. Toch zijn ze op ieder laadbeurt van toepassing:
- Het systeem schuift van HBE’s naar ERE’s, dus van “hoeveel hernieuwbare energie” naar “hoeveel CO₂-reductie”.
- Meten en administratie worden zwaarder, waardoor thuisladers bijna altijd via een dienstverlener werken.
- De commercie springt erop: aanbieders maken er een dienst van, inclusief uitbetaling.
Eerst even de realiteit: wetgeving en timing
Dit onderwerp leeft omdat het rechtstreeks gerelateerd is aan je laadsessie/laadpaal, maar het is ook een systeem dat in lagen wordt ingevoerd. De basis hoort in wetgeving, en de praktische spelregels worden uitgewerkt in besluiten en regelingen. In januari 2026 is het wetsproces nog niet overal “klaar”, onder meer doordat behandeling in de Eerste Kamer onderdeel is van het traject.
Wat dit voor 2026 betekent, is vooral: de richting staat, maar details kunnen nog schuiven. Denk aan exacte voorwaarden, interpretaties van meetsituaties en de manier waarop registraties en machtigingen worden ingericht.
Een nuchtere tijdlijn om in je hoofd te houden:
- 1 januari 2026: startjaar waarin ERE’s het nieuwe uitgangspunt zijn.
- Voorjaar 2026: veel partijen bouwen processen op, en de uitvoeringskant wordt opgeschaald.
- Richting de jaarafsluiting: verificatie en “alles recht trekken” worden belangrijker dan in het begin.
Wat zijn ERE-certificaten precies?
Een ERE is een eenheid voor emissiereductie, uitgedrukt als 1 kilogram CO₂-equivalent ketenemissiereductie ten opzichte van een fossiele referentie. Het is geen label op je contract en ook geen subsidie. Het is alleen maar een boekhoudkundige eenheid, die waarde krijgt omdat bedrijven hem nodig hebben om aan de regels te voldoen.
Tot en met 2025 werkte Nederland met HBE’s. Vanaf 2026 draait het meer om het effect, dus om de daadwerkelijke CO₂-reductie. Dat maakt laden van elektrische auto’s interessant, maar er komen ook de nodige meet- en rekenregels bij kijken. Dat maakt het ook een behoorlijk complexe materie.
Van kWh naar ERE: zo wordt een laadsessie ‘boekbaar’
Voor elektriciteit wordt je laadsessie eerst gemeten in kWh. Daarna wordt bepaald welk deel daarvan als ‘hernieuwbaar’ meetelt, en vervolgens wordt dat omgerekend naar ‘vermeden uitstoot’.
Onderstaand de officiële rekenregel waarmee elektriciteit voor vervoer wordt omgerekend naar ERE’s (ERE-E), zoals je die de uitlegpagina’s van de Nederlandse Emissieautoriteit kunt vinden:
Aantal ERE = levering (kWh) × aandeel hernieuwbaar (%) × 183 (g/MJ) × 3,6 (MJ/kWh) ÷ 1000.
Even ontleden, zodat je ziet wat er gebeurt:
- Levering (kWh): de hoeveelheid stroom die aantoonbaar naar laden voor vervoer is gegaan.
- Aandeel hernieuwbaar: óf het netgemiddelde, óf 100% als je hernieuwbaar opgewekte elektriciteit op de juiste manier aantoonbaar aan vervoer levert.
- 183 (g/MJ): de (Europees vastgelegde) fossiele referentie waartegen je besparing wordt afgezet.
- 3,6 (MJ/kWh): omrekening van kWh naar MJ.
- ÷ 1000: om van gram naar kilogram CO₂-equivalent te gaan, want 1 ERE = 1 kg CO₂eq.
Als je er gevoel bij wilt krijgen: 183 × 3,6 ÷ 1000 = 0,6588.
Dat betekent: bij 100% hernieuwbaar levert 1 kWh maximaal 0,6588 ERE op. Bij netgemiddelde 50% is dat grofweg de helft: 0,3294 ERE per kWh.
Klein rekenvoorbeeld: je boekt 2.000 kWh thuisladen in, met 50% hernieuwbaar als aandeel.
2.000 × 0,5 × 183 × 3,6 ÷ 1000 = 658,8 ERE (dus 658,8 kg CO₂eq reductie-eenheden).
Gelukkig hoef je die formule niet uit je hoofd te leren, maar kan wel helpen om te begrijpen waar je opbrengst vandaan komt. Je mag de ingewikkelde berekening voor het gemak overslaan, als je maar onthoudt dat de uitkomst in principe van deze drie vereisten afhangt:
- Laadvolume: hoeveel kWh kun je netjes laten registreren en doorgeven?
- Hernieuwbaar aandeel: mag je het netgemiddelde gebruiken, of is er een route voor aantoonbaar hernieuwbaar?
- Markt en kosten: tegen welke prijs wordt een kWh verkocht en wat gaat er onderweg af?
Wie kan claimen, en wanneer val je buiten de boot?
De vraag “kan ik ERE’s krijgen?” is vaak eigenlijk: “mag ik ze claimen, en is mijn meting goed genoeg?”
Laten we deze vraag proberen te beantwoorden voor een aantal veel voorkomende situaties:
- Thuisladen, eigen laadpaal, jij bent contracthouder: meestal kan het, via een inboekdienstverlener.
- Thuisladen met leaseauto: kan, maar het hangt af van afspraken over machtiging en wie de claim doet.
- Publiek laden: doorgaans claimt de exploitant of beheerpartij dit al, niet de individuele rijder.
- Laden op het werk: vaak claimt het bedrijf of een dienstverlener dit namens het bedrijf, zeker bij grotere laadvolumes.
- VvE of gedeelde laadoplossing: kan, maar alles (eigendom, aansluiting en machtiging) moet glashelder zijn.
Thuisladen en zonnepanelen: waarom ‘mijn eigen stroom’ meestal niet automatisch telt
Hier zit de grootste kloof tussen verwachting en praktijk. Achter de meter lopen opwek van zonnepanelen, huishoudverbruik en laden door elkaar. Daardoor is het meestal niet hard te bewijzen welke kWh rechtstreeks van je dak naar je auto ging. In veel thuislaadsituaties wordt daarom gewerkt met het netgemiddelde aandeel hernieuwbare elektriciteit.
Wie méér wil claimen dan dat netgemiddelde, komt in een strenger bewijsregime terecht. Dan gaat het al snel over aparte meetopstellingen, duidelijke scheiding van stromen en soms zelfs het aantonen dat opwek en laden gelijktijdig plaatsvonden. Dat kan in specifieke opstellingen, maar het is geen standaard “thuis met zonnepanelen”-bonus.
Dit moet je laadpaal minimaal kunnen
ERE’s zijn alleen wat waard als ze controleerbaar zijn. Dat begint met meten, maar het stopt daar niet.
In de meeste routes kom je uit op een combinatie van meting en data:
- Verifieerbare kWh-meting op of bij het laadpunt, vaak met een gecertificeerde meter. Zie ook deze lijst.
- Laadsessies als data: per sessie een record met tijd, datum en volume, zodat er te controleren valt.
- Datakoppeling: een backoffice of dienstverlener die die sessies kan ophalen en verwerken.
- Herleidbaarheid: het moet aantoonbaar om laden voor vervoer gaan, niet om algemeen huishouden.
Heb je een laadpunt dat “wel laadt maar niks netjes bijhoudt”, dan is de kans groot dat je niet door de administratieve keuring heen komt.
Inboekdienstverlener: een tussenpartij waar je bijna niet aan ontkomt
Voor particulieren en veel kleinere bedrijven is de inboekdienstverlener de toegangspoort. Die partij verzamelt laaddata, controleert de kwaliteit, boekt namens jou in en regelt daarna de verkoop en uitbetaling. Dat is meteen de reden dat ERE’s geen simpele cashback zijn. Het is een administratief product met kosten, controles en soms correcties.
Wat zo’n partij in de praktijk doet, is vrij rechttoe rechtaan:
- laadsessies verzamelen en opschonen,
- controleren of de meetsituatie klopt,
- inboeken in het register onder de juiste “rekening”,
- en na verkoop uitkeren volgens afspraak.
Opbrengst, kosten en marktprijs: wat levert het op?
De opbrengst is nooit één vast bedrag per kWh. Dit omdat de ERE-prijs beweegt en omdat kosten per aanbieder verschillen. Denk daarom liever in bruto en netto. Bruto is wat een ERE op de markt waard is, netto is wat er bij jou overblijft nadat de kosten voor administratie, verificatie en marge zijn verrekend.
Voor mensen die thuis laden is er nog iets: je laadvolume is relatief klein. Dan kan een aanbieder met vaste kosten al snel een groot deel opsnoepen. Daarom zie je ook dat sommige modellen pas interessant worden als je veel thuis laadt, of als een aanbieder veel klanten bundelt en de kosten per klant daardoor omlaag kunnen.
Commerciële aanbieders: wie zit er tussen, en hoe verdienen ze aan ERE’s
Zodra een kWh ook een verhandelbare emissiereductie kan zijn, ontstaat er een nieuwe marktlaag. Je ziet nu opeens platforms die ERE’s “werkbaar” maken voor thuisladers. Zij verzorgen de gehele keten: dat binnenhalen, controles, inboeken, verkoop en uitbetaling. Daardoor wordt het voor de gebruiker bijna iets wat “op de achtergrond” loopt.
Daaromheen haken bestaande spelers aan. Laadpaal-backoffices kunnen de ERE’s bijvoorbeeld als extra dienst toevoegen omdat ze de data toch al beheren. Energiemaatschappijen zitten ook heel dicht op de aansluiting en combineren dit soms met slim laden, bijvoorbeeld met focussen op goedkope uren. Aan de zakelijke kant zie je fleet- en leasepartijen die het willen verwerken in de thuislaadvergoeding, simpelweg omdat daar toch al een administratieve keten bestaat.
Aan de achterkant zitten weer bundelaars en handelaren die ERE’s verzamelen en doorverkopen aan partijen die ze nodig hebben voor de naleving. Dat verklaart ook waarom sommige aanbieders liever per kwartaal of pas na jaarafsluiting uitbetalen: bundelen helpt, en de timing kan de verkoopprijs beïnvloeden.
Wie aanbieders vergelijkt, ziet meestal drie verdienmodellen terug, soms in combinatie:
- Vaste vergoeding per geboekte kWh, de aanbieder neemt het prijsrisico.
- Marktprijs minus kosten, jouw uitkering beweegt mee met de markt.
- Bundelmodel voor bedrijven, met focus op volume, audit en contractduur.
Waar je op moet letten in contracten: eigendom, exclusiviteit en privacy
Dit is het moment waarop een “handig extraatje” kan veranderen in “veel gedoe”. Je kunt niet alles gladstrijken, maar let in ieder geval op het volgende:
- Eigendom van de claim: blijven de ERE’s van jou, of draag je ze over?
- Exclusiviteit: zit je vast aan één partij, en hoe kom je eruit?
- Transparantie: hoe wordt je uitkering berekend, en welke kosten gaan eraf?
- Datastoring: wat gebeurt er als data missen of meting niet meer voldoet?
- Privacy: welke laaddata deel je precies, hoe lang blijven die bewaard?
Veelgestelde vragen die je nu al hoort
Je merkt nu al dat ERE’s vooral vragen oproepen in de hoek van “mag dit wel?” en “hoe zit het met mijn situatie?”. Logisch, want het systeem is nieuw, de uitvoering is nog in zijn beginfase en veel termen lijken op elkaar terwijl ze juridisch net wat anders betekenen. Hieronder staan de vragen die nu het vaakst terugkomen, met antwoorden die je helpen om verwachtingen netjes te houden en gedoe te voorkomen.
- Betreft dit subsidie?
Nee, de waarde komt uit een nalevingsmarkt. Partijen hebben ERE’s nodig om aan regels te voldoen. - Telt mijn groene stroomcontract als aantoonbaar hernieuwbaar?
Niet automatisch. “Groen” in contracttaal is iets anders dan “aantoonbaar hernieuwbaar” in deze boekhouding. - Kan ik dubbel claimen, bijvoorbeeld thuis én via een programma van een andere partij?
In de basis is dat dubbel claimen nu net precies wat het systeem probeert te voorkomen. Daarom is machtiging en exclusiviteit zo belangrijk. - Is de opbrengst gegarandeerd?
Nee. Prijs en kosten bewegen, en 2026 is bovendien een opstartjaar waarin details nog kunnen verschuiven.
Hoe begin ik thuis met ERE’s?
Als je veel thuis laadt, kun je het beste bij de basis beginnen: kan jouw laadpunt wel verifieerbaar meten en sessies doorgeven? Zo ja, zet dan op papier wie de contracthouder is van de aansluiting en wie mag machtigen, zeker bij lease of gedeelde situaties. Pas daarna heeft het zin om een inboekdienstverlener te kiezen.
Als je het overzichtelijk wilt houden:
- check de meting en datakoppeling van je laadpunt;
- check het eigendom en de machtiging rond aansluiting en laadpaal;
- vergelijk de aanbieders op transparantie, contractduur en kosten;
- houd in het begin je laaddata en uitbetaling naast elkaar.
ERE’s kunnen een interessant extraatje worden, maar het is ook een complex systeem van meten, inboeken en regels. Dat maakt het verschil tussen mooie beloftes en een uitbetaling iets wat vooral in de details zit.


2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford