Frauenhofer-studie: laden bij appartementen blijkt lastige puzzel met verrassend veel kansen
Fraunhofer-studie brengt laadproblemen en kansen in appartementen scherp in beeld
In een eengezinswoning met eigen parkeerplaats is een laadpunt meestal zo geregeld. Bij appartementengebouwen werkt het zelden zo soepel. Brandveiligheidsrichtlijnen, beperkte installatieruimte in het gebouw, gedeelde parkeergarages en de noodzaak om alle bewoners mee te krijgen maken de drempel hoger dan menigeen verwacht. Een nieuwe studie van het Fraunhofer ISI laat zien waar die knelpunten precies zitten. De onderzoekers combineerden een juridische analyse met interviews bij grote Duitse woningbedrijven en een grootschalige bewonersenquête.
Hoewel de studie van Fraunhofer ISI volledig in een Duitse context is uitgevoerd, zijn veel uitkomsten verrassend herkenbaar voor Nederlandse VvE’s en corporaties. Vooral op het gebied van bewonersvoorkeuren, netcapaciteit en organisatie rond gedeelde parkeervoorzieningen loopt Nederland tegen dezelfde grenzen aan.
Wat ook van toepassing is op de Nederlandse praktijk
Laten we eens alle inzichten uit het onderzoek bundelen die zonder veel aanpassing of omdenken bruikbaar zijn voor Nederlandse appartementengebouwen. Het gaat vooral om gedrag, voorkeuren en technische realiteit.
Bewoners willen gemak, voorspelbaarheid en een herkenbare prijs
Voordat we de voorkeuren uit de Fraunhofer-enquête induiken, is het belangrijk te weten dat bewoners van appartementengebouwen vaak met dezelfde dagelijkse afwegingen zitten als Nederlanders: waar zet ik mijn auto neer, hoe ver moet ik lopen, wat kost het en hoe voorspelbaar is het dat het laadpunt vrij is?
Bewoners verkiezen een eigen laadpunt, maar staan open voor gedeeld
De studie laat zien dat een eigen wallbox nog steeds de voorkeursoptie is. Het gevoel van controle, vaste plek en voorspelbaarheid weegt zwaar. Toch blijkt een ruime groep bereid tot gedeelde laadvoorzieningen binnen het gebouw, mits er een eerlijk systeem is voor reserveren, tarieven en beschikbaarheid. Dat sluit nauw aan bij Nederlandse VvE’s die experimenteren met gedeelde palen in parkeergarages.
Loopafstand is flexibeler dan vaak wordt gedacht
Het cliché dat bewoners uitsluitend op enkele meters van hun voordeur willen laden, blijkt niet te kloppen. Ongeveer de helft geeft 100 meter als maximum, maar één op de vijf accepteert 500 meter of meer. Voor Nederlandse situaties, waarin een parkeerkelder soms twee lagen lager ligt of de buurtgarage om de hoek zit, geeft dat lucht in de ontwerpruimte.
Wat voelt als een eerlijk tarief?
De uitkomst is opvallend consistent: bewoners koppelen hun referentieprijs aan het niveau van huishoudstroom. Zo blijft laden betaalbaar en voorspelbaar. Fraunhofer laat zien dat dit verwachtingspatroon breed leeft, ongeacht inkomen of type bewoner. Voor VvE’s en exploitanten is dit waardevolle stuurinformatie bij het bepalen van hun laadtarief.
Woningcorporaties aarzelen, maar zien ook strategisch voordeel
Net als Nederlandse corporaties staan hun Duitse collega’s voor een lastige keuze: wanneer investeren, hoeveel plaatsen voorbereiden en hoe groot wordt de toekomstige vraag?
Onzekerheid over toekomstige laadbehoefte
Fraunhofer beschrijft hoe woningbedrijven bang zijn voor dure voorbereidingen die pas jaren later worden benut, of misschien nooit. Dat sentiment herkennen veel Nederlandse corporaties, vooral in oudere gebouwen waar het voorbereiden van bekabeling kostbaar is.
Netcapaciteit als grootste knelpunt
Zowel in Duitse als Nederlandse gebouwen loopt de netaansluiting vaak op tegen zijn plafond zodra meerdere auto’s tegelijk laden. Slim laadmanagement, dat per auto het vermogen verdeelt, wordt hierdoor geen luxe maar basisvoorwaarde. Fraunhofer onderstreept dat dit de enige realistische manier is om groei op te vangen zonder zware verzwaring van de hoofdaansluiting.
Laadpunten maken een wooncomplex aantoonbaar aantrekkelijker
Interessant is dat woningbedrijven in regio’s met een ruimer woningaanbod laadpunten als kwaliteitskenmerk zien. Het geeft een complex een modern profiel en trekt bewoners die elektrisch willen rijden. Voor Nederlandse steden waar corporaties kampen met verouderde parkeervoorzieningen is dat een relevant signaal.
Combinaties van laadopties werken vaak het beste
De studie laat zien dat er zelden één perfecte oplossing bestaat. Bezoekersstromen, loopafstanden en typen bewoners vragen om een mix.
In gebouw, in de wijk en op het werk
Fraunhofer schetst hoe bewoners hun laadgedrag spreiden: een deel laadt graag thuis, maar een groeiende groep mengt dat met laden bij het werk of in de buurt. Voor Nederlandse gemeenten en corporaties betekent dit dat wijkdekkende strategieën kansrijk zijn, mits de afstanden binnen acceptabele marges blijven.
Typisch Duits: regels, structuren en prikkels die niet één-op-één gelden
We kunnen alles uit het rapport wel direct vertalen naar het Nederlands, maar niet naar de Nederlandse context. Deze sectie schetst de onderdelen die vooral als inspiratie dienen, maar waarvoor we Nederland onze eigen juridische en bestuurlijke oplossingen moeten hanteren.
Duitse regelgeving kent andere stappen en drempels
Duitsland heeft een eigen wetgevend traject, met termen en structuren die we hier niet kennen.
Civiel recht en toestemmingstrajecten
Het Duitse Wohnungseigentumsgesetz bepaalt precies hoe eigenaren en huurders toestemming moeten regelen voor bouwkundige aanpassingen. In Nederland zijn de procedures eenvoudiger, maar nog steeds moet een VvE besluiten over kosten, beheer en onderhoud. De Duitse regels zijn dus geen blauwdruk, maar geven wel inzicht in hoe formele drempels bewoners kunnen vertragen.
GEIG en de verplichtingen bij nieuwbouw
GEIG schrijft voor dat nieuwbouw en grote renovaties voorbereid moeten worden op meerdere laadpunten, inclusief infrastructurele reservering. Nederland volgt dezelfde Europese gebouwenrichtlijn, maar met andere aantallen, andere termijnen en andere interpretaties. Het principe is vergelijkbaar, de uitvoering niet.
Vergunningen verschillen per deelstaat
Hoewel Duitsland vanaf 2026 geen aparte bouwvergunning meer eist voor laadpunten, verschilt dat nu nog per deelstaat. Nederland heeft een anders gestructureerde vergunningverlening. De Duitse versoepeling laat vooral zien dat de trend richting minder administratieve drempels gaat.
Duitse financiële prikkels voor laadinfrastructuur
Ook op dit punt lopen de landen uiteen.
Subsidies voor corporaties en laadclusters
Duitsland kent aanvullende programma’s voor woningbedrijven die op grote schaal laadinfrastructuur uitrollen. Die kunnen per deelstaat en regio verschillen. Deze programma’s gelden niet in Nederland, al kan de gedachte achter dergelijke regelingen inspiratie bieden voor toekomstige Nederlandse beleidskeuzes.
Netwerktarieven en belastingvoordelen
Lagere netwerktarieven voor bi-directioneel laden en aangepaste energieheffingen maken private laadpunten in Duitse appartementen aantrekkelijker. Nederland heeft eigen tarieven en energiebelastingstructuren, waardoor dit effect zich niet automatisch vertaalt.
Structuur van Duitse woningmarkt beïnvloedt de studie
Duitse inzichten moeten altijd door een Nederlandse bril worden gefilterd.
Grote gemeentelijke woningbedrijven
Waar in Nederland corporaties vaak regionaal gericht zijn, beheersen Duitse “kommunale” bedrijven soms tienduizenden woningen in één stad. Die schaal maakt het eenvoudiger om laadconcepten te standaardiseren en op meerdere locaties tegelijk uit te rollen.
Regionale verschillen tussen deelstaten
Dat de studie variatie toont tussen deelstaten is vooral contextueel. Nederland kent qua wetgeving veel minder provinciale verschillen.
Wat we Nederland direct mee kunnen nemen
Om de overeenkomsten duidelijk te maken nog even een compacte samenvatting van inzichten die in Nederland wél bruikbaar zijn:
- Bewonersvoorkeuren: behoefte aan een eigen plek, maar bereidheid tot delen als prijs en beschikbaarheid kloppen.
- Loopafstanden: meer speelruimte dan vaak gedacht.
- Tariefstelling: prijsniveau dat lijkt op huishoudstroom verhoogt acceptatie.
- Slimme laadaansturing: essentieel om groei op te vangen binnen bestaande aansluitingen.
- Gefaseerde aanleg: starten met gedeelde laadpunten en uitbreiden op basis van gebruik.
De Duitse juridische en financiële instrumenten zijn vooral inspiratie en geen blauwdruk.
Niet denken in standaardoplossingen
De Fraunhofer-studie maakt vooral duidelijk dat laden in appartementengebouwen nooit een standaardoplossing kent. Techniek, bewonersgedrag en gebouw¬specifieke factoren moeten elkaar in balans houden. Voor Nederland ligt de sleutel ook in maatwerk: zorgvuldig plannen, slim laden inzetten en bewoners er vroeg bij betrekken. Dan blijkt zo’n lastige puzzel misschien wel verrassend goed te leggen.
Bron: Fraunhofer - Studie “Laden in Mehrparteienhäusern” - link


2 reacties
Markie Mark
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford
Loesje Boom
12 maart, 2023
“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” –Henry Ford